Emma – een feuilleton (2)
Die maandagmiddag legde ik de laatste hand aan het stuk over Tara. Ik veegde in het artikel niet alleen de vloer aan met de politica, maar nam en passant het artikel van Emma op de korrel, dat die zaterdag was verschenen en dat een eigenaardige mix was van eerder afgenomen interviews, waarin met geen woord werd gerept over de ontmaskering door het programma Opgelicht. De Tros-onderzoekers hadden aangetoond dat Tara kanker had geveinsd om aan haar schuldeisers te ontkomen.
Mijn artikel was niet zo aardig ten opzichte van Emma, maar ja, men schrijft of men heeft vrienden, zoals W.F. Hermans al zei. Anders gezegd: het werk gaat voor het meisje. Nog weer anders geformuleerd: een man dient kloten te hebben en moet geen slappe zak zijn. Levensmotto’s die mij alleen maar ellende hebben opgeleverd in de 41 jaar van mijn bestaan, maar dit terzijde.
(Het thema kloten en slappe zakken zal nog op verrassende wijze in dit relaas terugkeren)
Het zal een paar maanden later zijn geweest dat ik Emma voor de tweede maal zag. Opnieuw in De Pels. We kaartten wat na over het geval Tara en ik was toch wel opgelucht dat ze niet boos op mij was. Want ik dacht dat ik haar wel eens heel leuk zou kunnen gaan vinden. Emma was knap, intelligent en kon mooi schrijven – ongeveer de drie eisen die ik aan een vrouw stel.
Over de ins en outs van de eigenaardige start van onze relatie zal ik hier verder niet uitwijden. Een heer klapt niet uit bed, zo heb ik van mijn vader geleerd. Niet iedereen houdt zich echter aan die erecode. Vrouwen ook niet altijd. Vrouwen als Emma…
