Emma – een feuilleton (6)
Nooit zal ik ontkennen dat Emma een groot hart heeft en een berg liefde te vergeven. Dat zei Emma zelf ook vaak: “Heeft er ooit iemand zo veel van je gehouden als ik, Stan?” Nee, vermoedelijk niet, dacht ik dan, maar liever dan al die liefde had ik het gewoon een paar dagen gezellig gehad, zonder ruzies, een zekere harmonie. Misschien dat dat me dan nog over de streep had kunnen trekken.
Nauwelijks een dag ging het goed in Sevilla, toen zaten we alweer in het oude patroon. Er werd veel gehuild op het strand, in Cadiz. We spraken op een gegeven moment zelfs niet meer met elkaar. Lekker rustgevend noemen ze dat in de reisbrochures. Een ramp noem ik het. Een drama.
Zelfs Emma, met haar hardnekkige, obsessieve geloof in onze relatie, moet bij terugkeer in Nederland hebben ingezien dat we op een heilloze weg zaten, en ze wisselde van strategie. Ik kon haar, als ik dan werkelijk niet voor papa wilde spelen, in ieder geval een kleine gunst doen, zo stelde ze voor. Met mijn zaad. Ja, dit was het nieuwe plan. Stan Vader zou transformeren tot Stan Inseminator (klinkt als een episode uit Star Wars).
Op zich had ik nog wel oren naar een dergelijk scenario. Ik kon dan niet alleen een dierbare vriendin een dienst bewijzen, en was van het gezeur af, tevens kon ik mijn bijdrage aan de evolutie leveren en het geslacht De Jong voor de ondergang behoeden. Als de kleine Stanneke dan een jaar of 14 zou zijn en benieuwd naar zijn/haar biologische vader zou ik hem/haar op mijn driemaster ontvangen, verdiend met de royalties van mijn laatste roman, het gelaat gebruind, ruikend naar Old Spice, een bescheiden harem verstopt in het vooronder. We zouden dan een borrel drinken op het dek – mama was er toch niet – en praten over onze levens. Wat later zou ik Stan junior meenemen op publiciteitsreis naar de VS, als mijn persoonlijk assistent, waar de eerste verfilming van… Halt!
Ik schreef al “op zich”. Want ik vertrouwde het zaakje niet. Want ik ken Emma. Emma is een kind. En zoals een kind kan zeuren om een puppy..
“Weet je zeker dat je er zelf voor zult zorgen?”
“Ja, pappie, toe nou, ik heb een heel lief hondje gezien.”
“Vooruit, maar jij laat het uit hé? Dat is jouw verantwoordelijkheid.”
“Tuurlijk, pappie, elke avond.”
Ach ja, en hoe is de praktijk? Er moeten artkelen af, of er moet naar De Pels worden gegaan, of De Kring, of er is die interessante expositie van een bevriend kunstenaar. En wie is uiteindeijk de pineut? Wie laat uiteindelijk hondje cq junior uit? In weer en wind? Toe, zeg het maar. Precies, pappie! Waardoor Stan Inseminator op huiveringwekkende wijze zou worden gehertransformeerd tot Stan Vader (zie Star Wars VII).
Later gaf ze het ook wel toe, Emma. Dat ze alles wilde. Het totaalpakket. Huisje boompje beestje kindje mannetje stannetje. En op mij had ze haar laatste hoop gevestigd. Want dat kwam er nog bij: Emma sleepte een verleden met zich mee. Een verleden van mannen. Al mijn voorgangers waren klootzakken, deugnieten, slappelingen. Ik deugde (toen nog) wel en ik kon, nee moest, uit naam aller mannen, herstellen wat in het verleden was misgegaan. Dat was mijn taak. Mijn nieuwe opdracht in het leven!
Jippie.
