Emma – een feuilleton (7)
Waarom ging ik met de kerst naar Nederland en bleef ik bij Emma logeren? Waarom leerde ik niet van het verleden? En waarom ging ik daarna wéér overstag? Ondanks het feit dat de kerstdagen op een regelrechte ramp uitdraaiden (ik zie nog de afdruk van Emma’s pumps in de deur) en ik zelfs het genoegen mocht smaken een nachtje in het meest shabby hotel van Amsterdam te overnachten? Ondanks het feit dat het zo overduidelijk was dat onze relatie tot mislukken was gedoemd? Een tombola van misverstanden.
Eerst het simpele antwoord.
Telkens als Emma bij het afscheid in tranen uibarstte, brak mijn hart. Het is voor een man buitengewoon moeilijk een huilende vrouw te verdragen. Zeker als hij de hoofdoorzaak is en het gehuil met een simpele ingreep (“Ja, ik wil”) kan doen stoppen. Voor een deel was het dus medelijden. Medelijden met iemand waar ik veel om gaf.
Maar het antwoord is complexer. Iedereen wil tot op zekere hoogte geaccepteerd worden, normaal worden bevonden. En normaal is: man en vrouw die samen een nestje bouwen. Was ik dan abnormaal? Of kon ik misschien veranderen? Als ik nu eens heel hard mijn best deed. En dus probeerde ik het, en opnieuw, en opnieuw… Heb ik in die tijd “verkeerde signalen” afgegeven? Heb ik ooit gesuggereerd dat ik er toch wel voor in was? Heb ik ooit gezegd: “Vooruit met de geit. Let’s do it”?
Vast.
Er zijn verdachten die, als je ze maar lang genoeg onder druk zet, een moord bekennen die ze niet hebben begaan, hoewel het minder vaak voorkomt dan sommige advocaten en rechtsfilosofen ons willen doen geloven.
Volgens Emma waren onze ruzies te wijten aan het feit dat ik me niet volledig aan haar gaf. Ja, dat was het. Als ik nu maar capituleerde, mijn verzet tegen samenwonen en kinderen opgaf, dan traden wij toe tot het paradijs dat matrimonium heet. Dan zouden wij voor eeuwig zweven op een roze wolk van harmonie en geluk.
Af en toe, in een zwak moment, geloofde ik dit. Maar als ik weer bij zinnen kwam, wist ik dat het niet klopte. Onze ruzies stamden van ver voordat er sprake was van kinderen. Ik had niet het gevoel dat ze met een baby als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen. Integendeel. We zouden er dan nog een discussiepunt bij krijgen. Ofwel: ik zou dan in plaats van met één lastpostje met twee zorgenkindjes zijn opgezadeld. Een grote en een kleine Emma.
Op 28 januari vloog ik terug naar Amsterdam. Ik had besloten dat mijn verblijf in Sevilla erop zat en trok bij Emma in. Dat kon ook niet anders, want mijn woning was verhuurd aan een Turk en die had het ineens reuze naar de zin in Buitenveldert. Maar – het wordt saai en voorspelbaar – het werd opnieuw een tragedie. De ruzies knetterden als nooit tevoren. Ik voelde me opgesloten, een vogel in een kooitje. Onmachtig. Impotent.
We spraken af dat ik, om wat lucht in de relatie te pompen, een tijdje in de leegstaande woning van een vriendin zou trekken. Maar toen we nog diezelfde avond weer gedonder hadden, besloot ik dat het voor eens en voor altijd was afgelopen. En plande ik mijn vlucht. In het geheim.
Was dit dan een laffe daad? De daad van een slappe zak? Ik moet toegeven dat het weinig heldhaftig was. Ik was als de dood Emma onder ogen te komen, als de dood dat ik weer voor de bijl zou gaan, zou zwichten voor haar tranen. Zodat we tot het einde der tijden tot elkaar veroordeeld waren. Nee, dat risico kon ik niet lopen. Pas op de dag voor mijn vertrek belde ik haar om te zeggen dat de relatie over was. Het was uit. Voorgoed. Punt uit.
Een beeld. Schiphol. Vier uur. Een niet onaantrekkelijke man van 41 jaar heeft net ingecheckt. Hij draagt een pak van Hugo Boss, ja, hij ziet er verdomd scherp uit. Maar dat is schijn. De man is dak- en thuisloos, op de vlucht, naar Sevilla, de enige plek waar hij kan onderduiken. Hij kijkt nog een keer om, wordt hij gevolgd? De man wordt verdacht van het verbreken van een relatie. Hij kan zijn gevoelens niet plaatsen. Aan de ene kant is hij opgelucht. Aan de andere kant nerveus, verdrietig, verward. Hij voelt zich schuldig.
Maar moet deze man zich wel schuldig voelen? Heeft deze man iets misdaan?
(verdachte De Jong houdt zijn slotpleidooi)
Een relatie is gebaseerd op de vrije wil van twee individuen. Als een van die individuen het niet meer ziet zitten, houdt het op. De manier waarop de relatie wordt verbroken, doet er niet toe. Emma had nog wel wekenlang willen praten en handjes vasthouden. Maar dat leek mij niet zinvol. Dat leek mij meer iets voor slapjanussen. Voor slappe zakken.
(verdachte De Jong pleit vrijspraak)
Als het vliegtuig opstijgt en de mensen, de auto’s en de huizen in Amsterdam heel klein zijn geworden, haalt de man diep adem, bevrijd…
(morgen de laatste aflevering)
