Theo van Gogh, de harde feiten


pwoa.bmpAlweer ruim twee weken geleden werd Prettig weekend ondanks alles aan Ayaan Hirsi Ali aangeboden. Wat zijn de onthullingen in mijn boek? En wat zijn de belangrijkste conclusies? Ik geef ze u zelf maar even, omdat ik niet zeker weet of ze anders via de geachte collega’s in de media tot u zullen doordringen.

De onthullingen:-Samir A. werd al in november 2002 opgepakt wegens verboden wapenbezit en later veroordeeld tot een taakstraf. Tot nog toe is steeds verondersteld dat Samir A. pas begin 2003, na een mislukte trip naar Tsetsjenië, in het vizier van de autoriteiten kwam.
-Er loopt naar alle waarschijnlijkheid nog een lid van de Hofstadgroep vrij rond. Het betreft Rachid M. (1966, Marokko), voormalig eigenaar van een belwinkel in Schiedam. In deze belwinkel werd in oktober 2003 door de recherche een inval gedaan, wegens het vermoeden van een terroristische aanslag. Rachid M. verleende onderdak aan Redouan al I., geestelijk leider van de Hofstadgroep, en was werkgever van terreurverdachte Samir A.
-Op de avond van de moord op Van Gogh, 2 november 2004, werd de woning van Mohammed B. met een sleutel betreden. Dit in tegenstelling tot de “abusievelijke” inval in de woning van de buurman, diezelfde avond.
-Volgens een ex-politieman van het regiokorps Amsterdam-Amstelland is aan het proces-verbaal van de zoeking in de woning van Mohammed B. gesleuteld. De advocaat van Mohammed B., Peter Plasman, noemt het “geen normaal” proces-verbaal. Opmerkelijk is dat pas twee dagen na de zoeking sporenonderzoek in de woning werd verricht door de forensische recherche.
Wat zijn de belangrijkste conclusies uit Prettig weekend, ondanks alles?
• Er waren talloze signalen dat Theo van Gogh ernstig werd bedreigd. Ten minste twee maal waren deze bedreigingen dermate concreet en traceerbaar dat op zijn minst overwogen had moeten worden een vorm van persoonsbeveiliging in te stellen.
De lokale overheid is niet voldoende geëquipeerd om bedreigde burgers te beschermen. De ervaringen bij Column (”Prettig weekend, ondanks alles”) spreken boekdelen, maar ook de knullige gang van zaken rond de vertoning van Submission (”We zijn ‘m kwijt”) wekt niet bepaald vertrouwen in de capaciteiten van de plaatselijke hermandad.
• Mohammed B. was een sleutelfiguur binnen het Hofstadnetwerk. Het bewijs daarvoor is overdonderend. De beweringen van de ministers Remkes en Donner dat B. “geen belangrijke speler” was, geen “sleutelfiguur”, zich slechts “in de omgeving” van het netwerk bevond, vallen niet te rijmen met de feiten die ook destijds reeds bekend waren en staan bovendien haaks op de conclusie van het Openbaar Ministerie.
• Omdat het zo overduidelijk is dat B. een hoofdrol vervulde, kan dit de AIVD niet zijn ontgaan. De AIVD is minder onbekwaam dan wel wordt verondersteld. In elk geval zat de inlichtingen- en veiligheidsdienst bovenop de Hofstadgroep. Na de moord werd binnen no time vrijwel het gehele netwerk opgerold. Mohammed B. zelf werd al heel lang in de gaten gehouden door de dienst. De AIVD en ” in commissie ” Donner en Remkes zijn dan ook niet erg geloofwaardig als zij stellen dat er geen aanwijzingen waren dat hij risicovol was. Nog afgezien van diens strafblad. Ook de ogenschijnlijke knieval van plaatsvervangend AIVD-directeur Theo Bot – hij sprak van een “inschattingsfout” – overtuigt in dat opzicht niet.
• Ook bij de Amsterdamse “driehoek” moet welhaast meer informatie over de dader – en in zijn algemeenheid over terrorismeverdachten in de hoofdstad – beschikbaar zijn geweest dan men tot nu toe heeft willen doen voorkomen. De Amsterdamse burgemeester Job Cohen heeft zich er, tot ergernis van Den Haag, steeds over beklaagd dat hij overal onwetend van werd gehouden. Even repte hij zelfs van een onderzoek. Na enkele dagen koortsachtig overleg tussen “Amsterdam” en “Den Haag” werd de zaak kennelijk gesust. Maar alleen al het feit dat gegevens van Mohammed B. nog geen drie weken voor de moord – het “tramincident” – door de politie werden overhandigd aan de Regionale Inlichtingen Dienst (RID) toont aan dat B. in elk geval bij de politie bekend stond als mogelijke terrorist.
• Tijdens de persconferentie op de dag van de moord zijn door “de driehoek” mededelingen gedaan die achteraf gezien onzinnig en onjuist waren. Nee, de verdachte was niet bekend bij de RID Amsterdam- Amstelland, en nee, hij stond, afgezien van “een betrekkelijk gering incident” niet in de lokale politie- en justitieregisters. Dat deze beweringen tegenover ook nog eens ons glashard werden ontkend door de hoofdofficier van justitie, roept vraagtekens op. En dan is er nog de merkwaardige gang van zaken rond de invallen in de woning in de Marianne Philipsstraat.
• Wanneer de AIVD op de hoogte was van het feit dat B. een sleutelfiguur was, moet er een andere reden zijn geweest dat hij, in tegenstelling tot andere Hofstadgroepleden, nooit is opgepakt. Inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn niet gericht op het aanhouden van onderzoekssubjecten. Dat is eenvoudigweg niet in hun belang. Zij moeten informatie vergaren. Liefst zo lang mogelijk. Daarbij wordt gebruik gemaakt van informanten en infiltranten. Deze werkwijze is overal ter wereld gebruik, ook in Nederland. Maar de modus operandi brengt risico’s met zich mee. Het is dan ook plausibel dat B. bewust “in het veld is gehouden”, juist omdát hij de spil van de groep was. Hem oppakken zou het zicht op de rest van het Hofstadnetwerk ontnemen: Moham med B. als lokaas.
• Uit ons onderzoek is voorts gebleken dat niet alleen rondom de Hofstadgroep driftig werd geronseld, maar ook binnen de groep zelf. Vrijwel alle leden zijn door de AIVD gevraagd voor de geheime deinst te werken. Twee advocaten hebben dit tegenover ons bevestigd. Ook uit andere bronnen blijkt hoe diep de AIVD in de groep was geïnfiltreerd. Dat een auto en een huis zijn aangeboden aan een lid van de Hofstadgroep, geeft aan hoeveel belang de dienst aan inside information hechtte. De vraag is dan ook gerechtvaardigd: is Mohammed B. ooit door de AIVD benaderd? Er zijn twee mogelijkheden: Mohammed Bouyeri werd, net als de anderen, gevraagd voor de geheime dienst te werken, of Bouyeri was de enige die daartoe niet werd benaderd. Dat laatste kan dan slechts worden verklaard uit het gegeven dat de AIVD er alles aan gelegen was informatie over hem in te winnen. Hij was hun main target, de spin in het web. Waarmee de bewering dat Bouyeri geen sleutelfiguur was een leugen is. Het is van tweeën één.
• Zou, ten slottte, Mohammed B. voor de gunsten van de AIVD zijn gezwicht? We kunnen er slechts naar gissen, maar volgens de – inmiddels voormalige – advocaat van Zakaria T. zou dit “veel verklaren”. In elk geval waarom hem telkens zo opzichtig de hand boven het hoofd werd gehouden. Zeker is dat Bouyeri, zo vertelde een ex-BVD’er ons, voordat hij radicaliseerde “een ideale informant” zou zijn geweest. Daarnaast zijn bepaalde uitingen van de moordenaar tegenover de autoriteiten opvallend. (”Er wordt door de politie een spel gespeeld”). En waarom werd er in het huis van B. in 2003 een inval gedaan, waarbij volgens een getuige werd geruzied en gevochten, terwijl B. daarop niet werd aangehouden?

Informatie over dit artikel:

(Geef commentaar, kijk wat andere hebben geschreven of plaats een link op je eigen weblog!)


Vorige en volgende artikelen
Deventer moordzaak en Maurice
Nieuwspoort, voor al uw bedreigingen

Categorieën


Reacties

Sorry, er kan niet meer gereageerd worden.