Klokkenluider


manstaat_000.jpgOnlangs verscheen het boek ‘Een man tegen de staat’ van journalist Alexander Nijeboer. Nu kende ik Nijeboer niet, behalve van wat wijsneuzerige stukjes in De Volkskrant over tijdschriften – hij had er zelfs enige tijd (misschien nog wel) een soort eigen rubriekje. Ach, ieder zijn hobby, dacht ik dan wel eens vertederend, en vol mededogen besefte ik weer: journalistiek is een vrij beroep. Je hebt ook mensen die over koken schrijven, of over auto’s, of over de nieuwste pradaschoentjes.

Maar ondertussen was diezelfde Alexander Nijeboer kennelijk met iets heel anders bezig: zijn opus magnum. Een man tegen de staat is namelijk een indrukwekkend werk, alleen al in omvang en de tijd die hij erin moet hebben gestoken. Het handelt over defensiemedewerker Fred Spijkers die al 23 jaar strijdt tegen een oneerlijke overheid, een overheid die in dat gevecht zelfs misdrijven niet lijkt te schuwen.

Doorwrocht, dat is wel de beste betiteling voor het boek dat in een wat oostblokachtige opmaak is gegoten. Ik ben zojuist pas begonnen met lezen, bevindt mij nu op pagina 50, en het is heavy stuff. In alle opzichten. Goed geschreven, zeker, maar het is alsof je een taai dossier zit te bestuderen. Spijkers is een klokkenluider die een wantoestand en doofpot bij Defensie aan de kaak stelde (het gebruik van mijnen waarvan men de onveiligheid – ze ontploffen spontaan – heel goed besefte) en daarvoor zwaar moest boeten. Spijkers is weliswaar in ere hersteld, maar wenst de gehele smerige waarheid boven tafel te krijgen. En zijn gevecht gaat door. Dappere man.

Door gevallen als die van Spijkers (en in mijn werk kom ik soms ook van die gevallen tegen) wordt hier en daar gevraagd om een wettelijke regeling voor klokkenluiders. En daar doet zich een beetje hetzelfde probleem voor als bij journalisten en hun verschoningsrecht (zie hieronder): de ene klokkenluider is de ander niet.

Wat is een klokkenluider? Ik zou zeggen: iemand die misstanden binnen de eigen organisatie ziet, die misstanden intern aankaart, op geen gehoor stuit, en ze vervolgens naar buiten brengt. Een integer iemand die in gewetensnood verkeert.
Maar wat nu als de klokkenluider jarenlang zelf volop aan alle misstanden heeft meegedaan, bijvoorbeeld ruzie met zijn chef kreeg, en daarna de onverkwikkelijke zaken naar buiten bracht. Misschien helemaal niet uit gewetensnood, maar omdat hij de chef een hak wil zetten.Of omdat hij de secretaresse van de chef niet mocht neuken. Ik bedoel: die dingen gebeuren, lieve lezers.

Een dergelijk geval doet zich volgens mij voor in het geval van Ad Bos – klokkenluider in de bouwfraude-affaire. Als ik het goed heb begrepen heeft Bos volop meegeprofiteerd van de scandaleuze praktijken in de bouwwereld. Om mij niet helemaal duidelijke reden kwam hij plotseling out in the open. Dat maakt het belang van zijn klokkenluiden niet minder groot. Maar moet hij bijvoorbeeld kunnen eisen dat men in zijn geval van vervolging afziet vanwege het belang van zijn onthullingen? Ondanks dat hij jarenlang aan de zwendel meedeed? Bos vindt van wel. De overheid vindt van niet.

Ik denk dat de overheid gelijk heeft. Iemand kan niet ongestraft fraude plegen, alleen omdat hij vele jaren later plotseling om wat voor reden dan ook aan de bel trekt. Voor Fred Spijkers geldt deze kanttekening niet. Die is absoluut integer. En het klokkenluiderschap heeft zijn leven kapot gemaakt. Alleen al om die reden zeg ik vol overtuiging: koopt allen dat boek van Alexander Nijeboer!

Informatie over dit artikel:

(Geef commentaar, kijk wat andere hebben geschreven of plaats een link op je eigen weblog!)


Vorige en volgende artikelen

Categorieën


Reacties

Sorry, er kan niet meer gereageerd worden.