Raad voor de Persbreidel
Waarom zoveel media zich iets gelegen laten liggen aan de Raad voor de Journalistiek is mij een raadsel. Vanwege gebrek aan kwaliteit houdt de Raad zich meer bezig met de procesmatige kanten van een zaak dan met de inhoudelijke. Het gaat vrijwel altijd over hoe de journalist te werk is gegaan, niet over de waarheid, niet over de vraag of de feiten kloppen.
Zelf ben ik een maal door de Raad gekapitteld in een procedure die Peter R. de Vries tegen mij had aangespannen in verband met een artikel in de reeks De Deventer moordzaak. De leden van de Raad hadden overduidelijk het verhaal niet gelezen, en vermoedelijk evenmin mijn lange verweerschrift dat zo’n dertig producties bevatte. Was vast te ingewikkeld en te veel werk. Ofschoon de Raad niet kon aangeven wat er op mijn feiten was af te dingen, meende dit keurkorps der journalistiek dat ik ‘weerwoord’ had moeten vragen bij De Vries en dat ik mijn aantijgingen dat De Vries dubieuze methoden had gehanteerd in zijn TV-uitzending niet had kunnen waarmaken.
Gisteren werd bekend dat de Raad de Telegraaf heeft veroordeeld wegens een stuk dat Volkert van der Graaf in verband bracht met de moord op milieuambtenaar Chris van der Werken. Ik kan me het artikel goed voor de geest halen, het was gebaseerd op een nieuw, onthutsend rapport van de nationale recherche waarin inderdaad vele feiten en omstandigheden werden beschreven die aanleiding gaven te veronderstellen dat Volkertje er meer mee te maken had dan de toenmalige minister van Justitie, Piet Hein Donner, had willen erkennen. Een in-en-in keurig stuk was het.
Maar de Telegraaf is volgens de Raad voor de Persbreidel zijn boekje te buiten gegaan omdat Volkert geen weerwoord was gegund. Weerwoord… het modieuze toverstokje waarmee de onafhankelijke pers de mond wordt gesnoerd. Want waarom moet een krant die een rapport van de recherche in bezig heeft wederhoor gaan vragen bij Volkert? Zo’n rapport is toch gewoon een op zichzelf staand feit? Als Volkert het met de inhoud van zo’n rapport niet eens is, moet hij zich maar melden en gedetailleerd aangeven wat er op dat rapport valt aan te merken.
Maar Volkert heeft nooit en te nimmer de media te woord willen staan. Dat weet ik zeker, omdat toen ik nog bij HP/De Tijd werkte mijn collega Thieu Vaessen talloze pogingen daartoe heeft ondernomen. Een weerwoord van Volkert zou in dit geval dan ook niet meer betekenen dan een simpele ontkenning, geen nadere uitleg van feiten en omstandighden. Wat heeft de lezer daar in hemelsnaam aan?
Nog krankzinniger is het verwijt aan de Telegraaf dat Volkert met naam en toenaam is genoemd, alsof niet de hele wereld weet dat hij Van der Graaf heet. Volkert van der Graaf, ja, de moordenaar van Pim Fortuyn. Het gebruik van initalen door de media is sowieso volkomen achterhaald en een typisch oudhollands fenomeen, vergelijkbaar met klompendansen. Het excuus dat de privacy wordt aangetast is flauwekul. Als mensen ten onrechte ergens van worden verdacht dan moet het Openbaar Ministerie maar schadevergoeding betalen.
De zaak is namelijk simpel: mensen heten niet Willem H., Stan de J., Mink K. of Ruud L. Ze heten Willem Holleeder, Stan de Jong, Mink Kok en Ruud Lubbers. En Volkert heet gewoon Volkert van der Graaf.
