Doofpotcommissie Van den Haak
Vijf jaar geleden werd Pim Fortuyn naar de eeuwige darkrooms geschoten. Er volgde een ‘onafhankelijk’ onderzoek door de commissie-Van den Haak naar de beveiliging van Fortuyn. Conclusie: er waren wel wat schoonheidsfoutjes gemaakt, maar ook bij een vorm van persoonsbeveiliging had de moord door Volkert van der Graaf niet voorkomen kunnen worden. Kok en co konden opgelucht adem halen.
De commissie-Van den Haak was een typische doofpotcommisie. Belangrijke getuigen waren niet gehoord of waren niet serieus genomen; en er was naar een conclusie toegeredeneerd. De cruciale opmerking dat de moord niet door persoonsbeveiliging had kunnen worden voorkomen was ronduit absurd te noemen, zeker gezien het feit dat een van de leden van de commissie – Kees Sietsma – een groot beveiligingsconcern leidde. Waar had je dat soort bedrijven dan voor? Bovendien heeft de beveiliging van Hirsi Ali aangetoond dat die wel degelijk adekwaat is. Vermoedelijk had Mohammed Bouyeri daarom voor ‘het redelijk alternatief’ gekozen: Theo van Gogh.
Een voormalige koninklijke lijfwacht wil nu een heropening van het onderzoek naar de moord op Fortuyn, zo meldt onder meer De Telegraaf. Ook deze expert meent dat de conclusie van Van den Haak destijds als een tang op een varken sloeg. Minder bekend (maar zeer relevant) is dat deze mening door iemand wordt gedeeld die als geen ander kon beoordelen of de moord op Pim ook zou zijn gepleegd als die bewaking had genoten: Volkert van der Graaf zélf. In de enige verklaring tegenover justitie die de moordenaar (op papier) aflegde, stelde Van der Graaf: “Als ik op 6 mei 2002 Fortuyn met een aantal beveiligers om hem heen uit de studio had zien komen, dan had ik de aanslag toen niet gepleegd.”
Wie alles nog eens rustig wil nalezen over: de commissie van der Haak het artikel dat ik in 2003 met collega Joost Niemöller voor HP/De Tijd schreef.
