Maffiamaatje-vonnis is absurd

Everybody happy… Zowel Kelder als Mosko vierde de uitspraak in het kort geding gisteren als een overwinning. Met het maffiamaatje-vonnis lijkt het er dus op alsof de voorzieningenrechter de gulden snede heeft gevonden. Maar in werkelijkheid is het een bizar en onbevredigend vonnis en is het jammer dat geen van beide partijen de behoefte voelt de zaak tot op de bodem door te procederen.
Wie het arrest nog eens rustig naleest, kan niet anders dan concluderen dat Jort Kelder inhoudelijk gezien de grote overwinnaar is. Er is geen sprake van een ‘remise’, zoals wel gesteld is. We moeten daarvoor even naar overweging 4.6. De raadsheren van het hof schrijven:
De stelling van Moszkowicz dat Kelder de grenzen van de in het maatschappelijk verkeer betamelijke zorgvuldigheid heeft overschreden, ziet met name op de volgende uitlatingen van Kelder:
- dat Moszkowicz een beroepsleugenaar is;
- dat Moszkowicz (door Holleeder) met zwart geld, afpersingsgeld, betaald wordt;
- dat Moszkowicz zijn geheimhoudingsplicht jegens (wijlen) Endstra heeft geschonden;
- dat Moszkowicz maffiamaatjes is met Holleeder en
- dat Moszkowicz nauwe banden met de onderwereld heeft, namelijk vriendschappelijke betrekkingen.
Vervolgens gaat de rechter al deze punten af. En hij komt tot de voor de advocaat ontluisterende slotsom: ja, Kelder mag stellen dat Moszkowicz een beroepsleugenaar is, dat hij met zwart geld (afpersingsgeld zelfs) wordt betaald, dat hij zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden en dat hij nauwe, vriendschappelijke betrekkingen met de onderwereld onderhoudt. Een ronduit vernietigend oordeel.
Alleen de term maffiamaatje kan volgens de rechter niet door de beugel. En dat is vreemd. Want waarom zou Kelder op grond van de kennelijk toelaatbare berg aantijgingen (ik zeg niet dat ze kloppen) die conclusie niet mogen trekken? Hoe moeten we dan iemand noemen die beroepsleugenaar is, met zwart afpersingsgeld zijn brood verdient, zijn geheimhoudingsplicht schendt en nauwe banden onderhoudt met de onderwereld? De term maffiamaatje is gewoon een aardige vondst van Kelder die niet veel anders betekent dan: iemand die zakelijk en vriendschappelijk nauwe banden onderhoudt met de onderwereld. Precies dus wat van de rechter over Moszkowicz gezegd mocht worden. Maffiamaatje is een oordeel, een mening. Meningen zijn vrij.
Als Moszkowicz ook maar een knip voor zijn advocatenneus waard is, dan zou hij de zaak tot op de bodem uitprocederen. En als Kelder de vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel heeft als hij beweert, zou hij hetzelfde moeten doen. Want als we Moszkowicz van al die ernstige feiten mogen beschuldigen, dan mogen we hem ook uitmaken voor maffiamaatje
