Gregorius Nekschot


nekschot.jpgJawel, de totale zuivering van niet-correct Nederland is nu definitief begonnen, lieve lezers. Tekenaar Gregorius Nekschot is gearresteerd door de Gedankenpolizei. Ik weet niet of er een aangifte door een Bureau Tegen Rechtse Mensen aan ten grondslag ligt of dat Hirsch Ballin spontaan zelf tot actie is overgegaan, maar ernstig, schokkend en boosmakend is het wel. Gregorius Nekschot heb ik eenmaal ontmoet, tijdens een journalistenborrel. ‘Dit is ‘m’, zei een dame, een gemeenschappelijke kennis, die hem kwam brengen. ’Hij vindt het leuk je te ontmoeten. Maarruh… niemand verder vertellen hoor. Hij is hier incognito.’ Gregorius Nekschot gaf mij een hand, hij keek niet schichtig, wel waakzaam…

We spraken kort, over van alles in het algemeen en niets in het bijzonder. Aardige, intelligente kerel, dacht ik nog. ’Hoe heet je nou eigenlijk echt?’, vroeg ik wat naief. ‘Sorry Stan, dat kan ik niet vertellen, vanwege mijn veiligheid.’ U moet weten: Gregorius Nekschot maakt namelijk spotprenten over de islam en over de profeet. Niet van die flauwe Deense, maar harde. Met veel piemels enzo. Aisha komt ook geregeld voorbij, zo staat mij bij. Zijn website zal nu wel goed bezocht worden. Gregorius Nekschot is een laatste waakvlammetje in ons steeds duisterder land, een land waar cabaretiers en tekenaars en romanciers massaal voor zelfcensuur hebben gekozen.

Joep Dohmen, Jan Peter Balkenende, Doekle Terpsta, Rutger van Santen en Rene Daanen, ze kunnen tevreden zijn. Graag had ik nog iets nodeloos kwetsends verteld, maar de tijd dringt. Ik moet mijn koffer pakken. Straks wordt op de deur gebonsd…

Informatie over dit artikel:

(Geef commentaar, kijk wat andere hebben geschreven of plaats een link op je eigen weblog!)


Vorige en volgende artikelen
Gewoon, omdat het niet mag
Opgelicht! Van Anthonie de B. tot Jonathan T.

Categorieën


Reacties

Tja, ook bij politie en justitie zitten nogal wat neo-NSB’ers, die het snel gekrenkte moslimzieltjes naar hun zin willen maken. En zowat de ergste van allemaal is daarvoor politiek verantwoordelijk: Ernst Hirsch Ballin (juist ja, degene die miljoenen per jaar uit trekt voor allerlei geitenwollensokken-projecten voor criminelen, maar nota bene op de beveilging van Ayaan Hirsi Ali ging bezuinigen). Ik gooi er nog maar eens een cartoon van Gregorius Nekschot tegenaan:
http://gregoriusnekschot.nl/blog/index.php?title=title&more=1&c=1&tb=1&pb=1

De Gestapo-afdeling Amsterdam heeft overigens een verklaring op haar website geplaatst:
http://www.om.nl/parket/arrondissementsparket_amsterdam/_nieuws/33409/

Er staat jammer genoeg niet bij welke Officier van Justitie de aanhouding van Gregorius Nekschot heeft bevolen. Zijn of haar naam zal dus later in the hall of shame moeten worden bijgeschreven.

Van Randwijk-lezing: Vrijheid, een aanhoudende zorg, en voortdurende vreugde
maandag 05 mei 2008 | 15:59

Tekstgrootte
Herwonnen vrijheid “Roept, hoort, Luyden, vrij-geboren, Vrij gevochten, vrij verkoren, Brengt te voorschijn, brengt ter hand, ’t Waerste goed van ’t Vaderland. Laat de gulde Vrijheid blinken….”

Die dichtregels op 24 januari 1948 uitgesproken door Oud gaven een golf van herkenning en emotie. Zo kort na de Tweede Wereldoorlog appelleerden zij heel sterk aan de behoefte die bij velen leefde. Dat gold voor mij ook heel persoonlijk want het bijwonen van die oprichtingsvergadering van de V.V.D. sloot aan op wat ik als Amsterdamse puber in de oorlogsjaren zo bewust had beleefd.

Dat Oud in het voetspoor van Nicolaas Japikse het citaat ten onrechte aan Vondel toeschreef was daarbij niet relevant.1) De behoefte aan en het besef van de waarde van de Vrijheid, daar ging het om.

Vanaf de eerste dag van de bezetting staat die op het spel. Als de bezetter de gelijkschakeling van het onderwijs nastreeft, bewerkt Van Randwijk in mei 1941 samen met Mr. N. Okma een tekst van Ds. J.J. Buskes tot de brochure “Ons kind in gevaar”. Daarin staat “Het gaat om onze hoogste goederen, onze vrijheid, onze geestelijke gezondheid, het gaat om de ziel van ons volk”.2)

Later zal Van Randwijk overigens duidelijk maken dat het in die donkere jaren niet alleen ging om het betreuren van datgene wat verloren of bedreigd was, maar tevens om een inspirerend uitzien naar het herwinnen ervan en er was altijd het spel met het wonder waarin men geloofde, omdat men de werkelijkheid niet de baas kon. “Toch is het niet waar dat een bevrijding uitsluitend op de dag van de bevrijding beleefd en daarna nog slechts herdacht kan worden. Hij kan ook in het vooruit worden ervaren, vanuit de verdrukking worden genoten, als hoop, als droom en als visioen worden beleefd”.3)

Die geest spreekt ook uit veel verzetspoëzie die uiteraard anoniem op grote schaal werd verspreid, soms verzameld in clandestien gedrukte geuzenliedbundels.

Zo dicht Rie Cramer:O, vrij te zijn, o vreugde ongemeten,

Van eigen land en eigen volk alleen,

Elkaar in de oogen zien en woordloos weten:

“Wij droegen ’t samen en zoo zijn wij één”!4)

Het zal duidelijk zijn dat wie de vrijheid zó hebben gemist en de bevrijding zó hebben meegemaakt met argusogen bekijken of daar wel zorgvuldig mee wordt omgegaan.

Overheid en burger

Om Van Randwijk opnieuw te citeren: “Ook de vrijheid kan een onwaardige zaak worden als men er niet de rechte weg mee weet”.5)

Hier kom ik tot datgene wat ik het kernpunt van mijn betoog acht.

Vrijheid is geen vanzelfsprekende zaak. Integendeel zonder overdreven dramatisch te zijn, de vrijheid dreigt voortdurend te worden aangetast. Dat risico wordt groter naarmate men meer denkt dat dat wel mee zal vallen en zich een zekere mate van onverschilligheid veroorlooft.

Het voornaamste spanningsveld ligt bij de eigen overheid. De Nederlandse staat is een rechtsstaat. Een belangrijk kenmerk daarvan is dat de grond- of vrijheidsrechten van de burger worden gewaarborgd.6)

Let wel, burger geen onderdaan. De overheid is door ons aangesteld niet over ons gesteld. De consequentie daarvan wordt niet zelden onvoldoende doordacht.

Om te beginnen heeft de overheid heeft geen geheugen, geen geweten en geen moraal. Dat is een constatering en geen verwijt, integendeel.

De overheid representeert ons geheugen, ons geweten en onze moraal. Zodra men probeert om die te collectiviseren ontstaat een situatie die snel ontaardt in gewetensdwang en ongewenste inperking van vrijheid.

Dat dit geen theoretische beschouwing is, blijkt uit de discussies rond de grondrechten in onze Grondwet. Voortdurend wordt vergeten dat die geschreven zijn om de verplichtingen van de overheid en van de Staat vast te stellen en niet van de burgers. Het schermen met artikel 1 in de richting van individuele burgers of het pogen een rangorde van belangrijkheid tussen de grondrechten aan te brengen is zowel onzindelijk als onzinnig.

De door ons ingestelde overheid dient eenvoudigweg alle grondrechten te handhaven. De afweging en de toepassing daarvan is primair een zaak van de individuele burger en zijn verantwoordelijkheid. Bij conflicten kan de onafhankelijke rechter optreden. Hier is een essentieel element van de vrijheid in het geding. Schuyt heeft dat fraai geformuleerd: “Het recht in een rechtsstaat bindt de overheid als machtige partij aan maat en regel”.7)

Het zal u niet verbazen dat ik met zeer grote reserve de discussie over de grondwet volg, die er toe zou moeten leiden dat die toegankelijk wordt gemaakt. Kijkcijfer-wetgeving moet met evenveel wantrouwen worden beschouwd als allerlei andere vormen van versimpeling die meer op het gemakkelijk consumeren van zaken dan op het doordenken gericht zijn. Niet zelden verzwakt het de positie van de burger tegenover de institutionele zijde van de overheid.

Als een minister niet alleen pleit voor een grondwet die registreert en normeert maar ook voor een grondwet die een educatieve, instructieve en bindende functie heeft dan is er reden voor waakzaamheid.

De bindende functie is een gevolg van de positie die elke burger in dit land verkrijgt, omdat de overheid rechtsbescherming biedt.

Maar een wet die educatief en instructief moet zijn? Daar wordt een wezensvreemd element geïntroduceerd. Als de minister vervolgt met: “Mensen met een totaal verschillende levenshouding en afkomst leven bij elkaar. Samenleven is echter meer dan met elkaar een ruimte delen. Het is ook het delen van spelregels, waar we op kunnen terugvallen en waar we elkaar aan kunnen houden”, dan is dat onhelder en wordt de gedachte van uitruil van spelregels geïntroduceerd. Dat is niet het karakter van de grondwet.

In die visie wordt de grondwet meer een morele code en versterkt dat het gevaar dat die er te pas en te onpas, zoals de minister zelf verder zegt, door burgers bij wordt gesleept in hun onderlinge conflicten.8)

De grondwet is ook geen educatief leermiddel noch een p.r. instrument.

Wie zich zorgen maakt over het gebrek aan kennis over deze belangrijke zaken moet eerder de oplossing bij het onderwijs zoeken dan in de grondwetgeving.

De minister, die Thorbecke als getuige oproept, interpreteert zijn uitspraak dat de grondwet niet louter een vorm mag zijn maar ook een nationale kracht in die zin dat zij meent nieuwe vormen te kunnen introduceren. Thorbecke denkt echter heel functioneel en zet het vrijheidsbeginsel zeer centraal: “Wij willen ene krachtige regering; doch tevens de vrijheden of regten, welke de Grondwet aan de ingezetenen schenkt, in volle mate ontwikkeld en gehandhaafd zien” en “Wij willen die regten, welke ons, hetzij als bijzondere personen, ten aanzien van godsdienst, onderwijsvereeniging, nijverheid, en in vele andere opzigten, hetzij als staatsburgers, in betrekking tot de gemeente onzer inwoning, tot de Provincie, tot het Rijk, zijn verzekerd, met ijverige zorg doen gelden”.9)

De discussie over de grondrechten vindt vaak zijn oorsprong in gevoelens van onzekerheid die voortkomen uit veranderde omstandigheden, beïnvloeding van buiten onze grenzen en wijzigingen in onze bevolkingssamenstelling.

Het zijn precies de condities die er toe kunnen verleiden om vrijheden, precies de “regten” die Thorbecke voor de kiesvereniging in Borculo opsomde, aan te tasten.

Dat verschijnsel doet zich voor. Men moet mij niet verkeerd begrijpen, ik ga u niet vertellen dat Nederland een onvrij land is geworden. Maar er is wel reden om zich af te vragen of wij de balans tussen burger en overheid niet eenzijdig ten nadele van de burger aan het verstoren zijn. Gedeeltelijk is die verstoring onontkoombaar. Dat is geen opwekkend geluid, maar wel realistisch. Ter gelegenheid van de nationale bevrijdingsdag in 1982 wees ik er al op dat de moderne democratische staat over controlemiddelen beschikt om zijn burgers te volgen waar autoritaire en dictatoriale regiems in het ver leden in het geheel niet aan konden tippen. Zelfs het beruchte persoonsbewijs uit de Tweede Wereldoorlog is vergeleken met de huidige identificatietechnieken een primitief document.

Natuurlijk de intentie waarmede die technieken worden toegepast zijn doorslaggevend, maar die invalshoek is geen vrijbrief voor achteloosheid.

Politiek en administratie

Het verstoorde evenwicht wordt echter evenzeer veroorzaakt door tekortkomingen in ons bestuurlijk systeem. In de tachtiger jaren van de vorige eeuw is daarover het rapport “Elk kent de laan die derwaart gaat” verschenen waarin deze problematiek uitvoerig aan de orde is gesteld. Overvloedige regelgeving, verkokering, overbelasting van het politiek bestuur doordat beslissingen op een te hoog niveau moeten worden genomen zijn enkele van de gesignaleerde tekortkomingen die niets aan actualiteit hebben ingeboet.10)

Er is daarbij geen sprake van kwaadaardigheid. Maar het verschuift daardoor wel de feitelijke bestuursmacht van de politieke controle naar de administratie. Dat wil zeggen dat de neiging wordt versterkt om datgene te bevorderen wat de soepele uitvoering van besluiten dient zonder gehinderd te worden door allerlei obstakels van procedurele aard. Die zijn vaak tijdrovend en worden door elke instantie op zijn tijd wel eens ervaren als het zoeken van spijkers op laagwater, maar dienen tegelijkertijd als garantie om de rechten van vrije burgers te beschermen, zoals het klassieke verhaal van de molenaar van Sans Souci ten tijde van Frederik de Grote ons nog altijd leert11) dat de overheid niet zo maar haar gang gaan.

Zijn wij ons die waarde voldoende bewust?

Er is soms sprake van een Pavlovreactie. Zodra er iets aan de hand is wat ons niet bevalt of verrast vraagt men zich af of regelgeving niet moet worden aangepast (vaak verruimd) of verscherpt. Vaak om de administratieve uitvoering te vergemakkelijken, de controle op de burger te intensiveren of procedures buiten werking te stellen.

In die wedstrijd komt de calculerende overheid tegenover de calculerende burger te staan, zoals Tjeenk Willink, de vice-voorzitter van de Raad van State het ooit uitdrukte.12)

Zo ontstaat er een totaal andere verhouding tussen burger en overheid. De burger wordt meer en meer als “klant” aangeduid. Maar dat is een ernstige degradatie. Weliswaar luidt de zegswijze dat de klant koning is, maar bij monopolies, en dat zijn “overheidsproducten” (in hetzelfde jargon worden overheidsdiensten zo vaak aangeduid), ligt het toch heel vaak anders.

Is dat nu een reden om bezorgd te zijn voor de kwaliteit van onze vrijheid? Ik kan u helaas niet geruststellen.

Immers wat hier aan de hand is, is de vermindering van de rechtsstatelijkheid van de overheid en die is, zoals ik betoogde essentieel voor de rechten en vrijheden van de burger.

Afname rechtsstatelijkheid

Een van de eerste signalen op dit punt ervoer ik toen een aantal bestuurders uit verschillende bestuurslagen plechtig op het Haagse Binnenhof werden uitgenodigd om medegedeeld te krijgen dat het Openbaar Ministerie zich voortaan duchtig in het openbaar zou laten horen door de instelling van de functie van persofficier. Er werd daar van verschillende zijden tegen dat voornemen een waarschuwend woord gesproken. Het zou de positie van een verdachte (nog geenszins schuldige) ernstig kunnen schaden. Burgers zouden in het openbaar in een kwaad daglicht kunnen worden gesteld, zonder dat er sprake was van een rechtszitting, laat staan een veroordeling.

Niet alleen is die verwachting bewaarheid geworden. Ik heb in het geval van een publiek optreden van het Openbaar Ministerie jegens enkele gedeputeerden in verband met problemen rond de Nederlandse visserij en visafslagen moeten protesteren, omdat het de schijn had dat justitie het nu nodig vond de in de 19e eeuw afgeschafte schandpaal, dat blok hout, te vervangen door iemand met een juridische opleiding.

Tot mijn spijt is men die weg steeds verder gegaan, zodat rechtszaken zich buiten het domein van de rechters in de media gaan afspelen. De verruiming van de mogelijkheden van televisieoptreden tijdens rechtszittingen stemt niet tot vreugde.

Het oude adagium beter twee schuldigen op straat dan een onschuldige in de cel lijkt nauwelijks meer van toepassing. Er zijn te veel voorbeelden van onzorgvuldigheid aan het licht gekomen om daar niet meer dan een enkel ongelukkig incident in te zien. De pogingen om vormfouten als onbelangrijk en niet ter zake doende slordigheden af te doen en daarom nog even ongedaan te maken past in dit beeld.

Maar de vormen die in acht moeten worden genomen hebben juist hun functie in de rechtsbescherming van de burger en dat is een belangrijk aspect van de vrijheid die hem toekomt. Uiteraard moet daarbij de realiteit niet uit het oog worden verloren dat er proportionaliteit moet zijn tussen de beoordeling van een vormfout en de ernst van de strafzaak. Het gaat daarbij echter niet om een beperkte groep justitiabelen, de verhouding tussen burger en overheid ervaart iedereen op het justitieel terrein als het meest spannend. Zeker nu er sprake is van dreigingen van gecompliceerde contacten over onze landsgrenzen heen, van ingewikkelde constructies zowel juridisch als financieel waar de misdaad zich van bedient, dreigt er als het ware een wapenwedloop.

Maatregelen die ons moeten beschermen en daarmede onze vrijheid verzekeren, tasten onze burgerlijke vrijheden in wezen aan.

De legitimatieverplichting wordt als normaal geaccepteerd, evenals het cameratoezicht, het koppelen van de databestanden, in bepaalde gevallen de omgekeerde bewijslast, de informatieverstrekking aan buitenlandse autoriteiten, de uitbreiding van de verplichting financiële transacties te signaleren, de uitbreiding van bevoegdheden van inlichtingendiensten, het inzetten van infiltranten, voorstellen om DNA- of vingerafdrukbanken van de gehele bevolking aan te leggen en ik ben zeker niet volledig.

Voor mijn gevoel wordt veel te gemakkelijk aangenomen dat wie niets te verbergen heeft er ook geen last van heeft.

Dat bestempelt de burger eerst tot onderdaan. Dan wordt het inderdaad logisch om al hun vingerafdrukken in een centraal systeem op te slaan. Voor mijn gevoel schiet de meerderheid van ons parlement in dit opzicht tekort. Het zou beter zijn om te onderzoeken of bestaande bevoegdheden wel voldoende worden toegepast eer men nieuwe toevoegt.

Als een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag niet in de lijn der verwachtingen is wordt onmiddellijk om wetswijziging geroepen.

Een belangrijke vrijheid is dat men na een vrijsprekend vonnis voor het delict niet opnieuw kan worden vervolgd. De garantie dat de overheid iemand niet levenslang kan blijven achtervolgen (“ne bis in idem”) zou blijkens een voornemen van de minister van Justitie in een aantal gevallen niet meer gestand gedaan moeten worden.

Volgens de minister moet de positie van mogelijk ten onrechte vrijgesproken verdachten worden meegenomen. Wie bepaalt dat? Hier gaat de uitvoerende macht op de stoel van de rechterlijke macht zitten. Volgens sommige berichten zou er een ruime kamermeerderheid voor te vinden zijn. Dat lijkt mij zonder dat er een wetsvoorstel is een aanzienlijk voorbarige positiebepaling.

In 2002 heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het zo geformuleerd dat “de rechtsstaat wordt opgevat als de staatsvorm die de overheid aan het recht bindt door grondrechten te erkennen, voor het overheidsoptreden een grondslag in de wet te verlangen, een machtsscheiding tussen wetgever, bestuur en rechter tot stand te brengen en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te garanderen”.13)

Natuurlijk moet er onderscheid zijn tussen zo’n beginseluitspraak en de praktische geactualiseerde toepassing. Maar het zal niet voor bestrijding vatbaar zijn dat er sprake dient te zijn van een duidelijke herkenbaarheid van het beginsel van de toepassing. De wereld, zegt men als een soort mantra, is na de aanslag op de Twin Towers veranderd. Wie zal dat ontkennen? Maar ook daarvoor was de strijd tegen de georganiseerde zware criminaliteit steeds weer het argument om de uitvoerende macht met meerdere bevoegdheden toe te rusten. De gevoelens van veiligheid werden er niet door vergroot. Zeker niet omdat daardoor de strijd tegen de kleine criminaliteit of beter de veelvoorkomende criminaliteit werd verwaarloosd. “Naar een eenvoudige inbraak komt de politie niet meer kijken”.

Bij de politieke discussies over deze voorstellen zou het geen overbodige luxe zijn als het parlement een meer evenwichtige positie kiest. Kamerleden zijn geen “Crimefighters”.

Vrijheid tot

Bij mijn beschouwing over de vrijheid heb ik het tot dusverre vooral gehad over de vrijheid “van” er is echter ook een vrijheid “tot”. “Elk begrijpen van de vrijheid der hedendaagse maatschappij moet bij die tijd beginnen, waarin de grondslagen der hedendaagse cultuur gelegd worden”.14)

In het raam van de discussie over de bestraffing van oorlogsmisdadigers in de hongerwinter schrijft Van Randwijk over de gedachte dat de gezindheid zou moeten worden bestraft en niet de “begane fouten”. “Wij hebben steeds gedacht, dat de gezindheid, dat is in diepste wezen de vrijheid van geweten, onaangetast behoort te blijven in een democratisch land”.15) Dat is een goede omschrijving van vrijheid “tot”. De keuze die individuen toekomt in allerlei immateriële kwesties.

Daarbij past geen moreel paternalisme van de overheid. Essentieel voor de vrijheid is dat mensen zelf hun privé-leven vorm geven. Dat bepaalt hoe zij staan ten opzichte van vraagstukken van ziekte, dood, seksualiteit. De overheid behoort zich daar te beperken tot de bewaking van de vrijheden en rechten van burgers onderling.16)

Het pleidooi voor normen en waarden kan licht ontaarden in voorschriften die pogen af te dwingen wat als gezond en ethisch verantwoord wordt beschouwd door de politieke meerderheid van dat ogenblik.

Vrijheden van burgers scheppen geen verplichtingen voor andere. Wie nadenkt over de wijze waarop met lijden moet worden omgegaan zal daar mogelijk consequenties aan verbinden die een ander onaanvaardbaar vindt. Men moet zich echter hoeden voor het opleggen van dat onaanvaardbaar door ingrijpen van de overheid, tenzij de zorgvuldigheid voor het handelen uit het oog wordt verloren. Dan immers komt de verdediging van het algemeen belang in het geding.

Terughoudendheid is hier het voornaamste gebod. Vraagtekens moeten worden geplaatst als de overheid volwassen burgers een gezonde leefstijl zou trachten op te dringen. Het genereert bemoeizucht van overheidswege en die willen burgers toch vooral buiten de deur houden. Doordringen tot achter de buitendeur of voordeur moet beperkt blijven tot het uiterst noodzakelijke. Het leerstuk van scheiding tussen kerk en staat hangt hiermede samen.

Elke burger dient zich af te vragen hoe hij in zijn dagelijks leven door hogere beginselen wil worden geïnspireerd of geleid. Die keuze betekent voor velen dat er een direct verband is tussen hun godsdienst en de politiek staatkundige organisatie. Vele anderen die zich door een hoger beginsel laten leiden, menen dat voor politieke organisatie overeenstemming over staatkundige beginselen voldoende basis biedt voor samenwerking zonder dat er sprake is van dezelfde spirituele grondslag. Dat is het ABC van onze staatsinrichting. Maar dan zou het van wijze terughouding getuigen als de suggestie achterwege blijft dat een religieuze keuze superieur is aan een die op humanistische grondslag is gevestigd. Vrijheid betekent dat men genieten kan van het geestelijk brood dat men verkiest, maar erkent dat er ander brood bestaat dat even waardevol is voor de medeburger als het eigene.

Het integratievraagstuk heeft er mee te maken dat zeer veel immigranten van huis uit gewend zijn een andere opvatting te koesteren. Op dat punt is er weinig ruimte om aan zulke meningen voet te geven, omdat die wezenlijke waarden in onze samenleving ontkennen. In dat opzicht toont de Deense minister-president met zijn niet mis te verstane opstelling over de betekenis van de vrijheid van meningsuiting waar wij in dit deel van de wereld voor hebben te staan.

Wij vieren vandaag die herwonnen vrijheid.

Het zal u duidelijk zijn dat er om die te kunnen genieten aanhoudende zorg geboden is. Maar laat u daardoor niet weerhouden om te beseffen welk een voorrecht het is nu in dit vrije land te leven. Vandaag is het terecht feest in ons land.

Dat besef heeft niets engs nationalistisch. Natuurlijk wij zijn Europeanen en sommigen zien zich zelf al als wereldburger, maar dat heeft alleen betekenis als men van zich zelf weet wie men is.

Het puntdicht van de Genestet: “Wees uzelf zei ik tot iemand, maar hij kon niet, hij was niemand”, heeft niets aan betekenis ingeboet. Dat geldt personen maar ook samenlevingen.

Onze vrijheid is verankerd in een eeuwenoude traditie. De beginselen van Christendom, Humanisme hebben onze cultuur bepaald. De vrijmaking van onze gewesten uit het Bourgondisch Staatsverband onder de inspirerende aanvoering van Willem van Oranje heeft geleid tot een situatie waarin van het begin af aan een relatief grote mate van vrijheid, ook geestelijke vrijheid kon bestaan. Op 31 december 1564 spreekt de grote Zwijger in de Raad van State in Brussel een beroemd geworden rede uit waarin hij zegt: “ik kan niet goedkeuren, dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hen de vrijheid van het geloof ontnemen”.

Daarmede wordt een beginsel uitgesproken dat tot op de huidige dag in onze vrijheidsbeleving centraal staat. Dat is het waerste goed waarvan de onbekende tijdgenoot van Vondel sprak.

Of waarmede Van Randwijk aan het einde van zijn boek beschrijft hoe het hem is vergaan nadat hij een uitnodiging had aanvaard om een artikelenreeks in het Algemeen Handelsblad te schrijven over de bezettingsjaren: “Toen de hoofdredacteur van dit blad, die inmiddels mijn vriend is geworden, mij uitnodigde deze reeks te schrijven, wist hij dat ik niet tot zijn partij en niet tot de politieke richting behoorde die zijn blad uitdrukt. Toch bleef hij bij zijn uitnodiging en er is nooit wat van mijn manuscript geschrapt. Dat is niet alleen de liberale traditie op haar mooist, maar ook een van de grondslagen van de democratie, namelijk de wetenschap dat wij bij alle (en terechte!) verschillen en (geoorloofde en onvermijdelijk en zelfs gewenste!) tegenstellingen toch meer gemeenschappelijks hebben, dat de verschillen tegelijk accentueert en relativeert.17)

Dat noemen wij vrijheid. Daarom kunnen wij feestvieren.

“Laat de gulde Vrijheid blinken”.

1) Mevrouw Dr. M. Spies dank ik voor de wijze waarop ze mijn onvruchtbare

zoektocht in het werk van Vondel kortsloot door naar de uitgave van Jacob van

Lennep uit 1857 (blz. 78) te verwijzen.

2) Jong L. deHet koninkrijk der Nederlanden in de Tweede

Wereldoorlog – deel 5 (eerste helft) – blz. 368 –

’s-Gravenhage – 1974.

3) Randwijk, H.M. vanIn de schaduw van gisteren, Kroniek van het verzet

1940-1945 – blz. 118 – Amsterdam 10e druk -1995.

4) Schenk, mevr. M.G.

en Mos, H.M. Geuzenliedboek 1940-1945 – blz. 145 –

Amsterdam – 1975.

5) Randwijk, H.M. vana.v. – blz. 119.

6) Van der Pot – DonnerHandboek van het Nederlandse staatsrecht bewerkt door

Prakke, L. – blz. 159 – Zwolle – 12e druk – 1989.

7) Schuyt, C.J.M.Ongeregeld heden – blz. 6 – Alphen a/d Rijn – 1982.

8) Horst, mevr. G. ter Toespraak op het symposium “De onzichtbare

Grondwet” – 27 februari 2008.

9) Hooykaas, P.J.

en Santegoets F.J.P.Briefwisseling van Thorbecke deel VI

1853-1862 – blz. 493 – Den Haag – 1998.

10) Rapporten commissie

Hoofdbestuur Rijksdienst Elk kent de laan die derwaart gaat”. – blz. 14,

15 – Den Haag – 1980.

11) Als Frederik de Grote zijn paleis Sans Souci wil bouwen en een molen staat in de

weg geeft hij de molenaar opdracht om te verdwijnen. Die weigert, zijn bestaan

staat op het spel met de woorden: “Er zijn nog rechters in Berlijn.”

12) Tjeenk Willink, H.D. De mythe van het samenhangend overheidsbeleid.

Oratie 1984 – Tilburg.

13) Wetenschappelijke Raad

voor het Regeringsbeleid De toekomst van de nationale rechtsstaat – blz. 53 –

Den Haag – 2002.

14) Fromm, E. (vertaald door

Stan, het is gewoon te gek voor woorden dat dit is gebeurd!
Zelf heb ik ook cartoons gemaakt in het verleden, ben ook van zins dit weer op te pakken maar overweeg serieus om nooit meer mijn naam, noch pseudoniem er onder te zetten.
Dit overwegende, zal ik het echter wél weer doen, ik zal namelijk nooit zwichten voor Linkse terreur, Moslimterreur of Overheidsterreur.
Hirsch-(lucht)Ballon kan naar de hel lopen, mét de rest van Balkenende’s terreurorganisatie die hardwerkende mensen meer en meer in hun wurggreep krijgt.
Het gevaar komt niet eens zo zeer van de kant van de PvdA(die zijn namelijk nog te stom om voor de duivel te dansen), het regelrechte gevaar komt van onze smerige Farizeërs en “Schriftgeleerden” van het CDA die alles en iedereen die niet passen in hun pre-historische fundamentalistische denkbeelden waarin ze blijvend vastgeroest zitten als ongelovigen bestempelen en daarmee dus ons veroordelen tot minderwaardige üntermenschen!
Zelfs van Moslims kan ik deze denkbeelden nog beter verdragen dan van een zooitje “Christen-Democratische” Schijnheiligen die ons land verraden en alle zwaar bevochten vrijheden overboord kieperen om hun overtuiging dwangmatig te kunnen opleggen aan het volk als zijnde de enige waarlijke waarheid! In Gods naam.
Het CDA verwordt tot een secte, waaraan wij ons allen dienen over te geven!
Het heult met de invretende Islam-worm die onze AARD(appel) zal doen overgaan tot een rot klokhuis.
Ik heb reeds enkele weken geleden een cartoon van Ayatolla Balkenende naar de redactie van HVV gestuurd, maar mocht nog steeds geen bericht ontvangen. Nu zeg ik: PLAATS HEM, laat zijn ware gezicht (en die van mij) maar zien, ongeacht of de politie bij mij zal aankloppen!
De cartoons, getekend of met de computer gemaakt, zullen harder en harder worden naarmate men ooit mij ook zal proberen de mond te snoeren.
Laat ze maar komen, de “dienders” van de rotschoften in Den Haag!
Het zal mij niet verbazen dat jullie site inderdaad zal worden verboden, de laatste site waar je nog vrijuit kunt spreken!
Onze Vader, Dhr. Hirsch-Ballin en zijn Zoon Jan-Petrus waar geen haan 3 x naar kraait (de loochenaar!)zegene U.
Piet Klont.

Tsja, Stan. Dit is waar ik de hele tijd voor gewaarschuwd heb. En denk niet dat dit de laatste keer zal zijn. Wie weet staan ze morgen aan jouw deur. Of aan de mijne….

Het is niet te geloven.
Mijn ingezonden stuk aan Stan, tot 4 keer toe gemodereerd en dus ingekort, werd eindelijk geplaatst bij de Telegraaf, mét tekening/cartoon. Goddank, dacht ik, en er waren zelfs in 6 minuten al zo’n acht reacties, waarvan 6 a 7 positief.
Ineens kon ik niets meer zien, het gehele artikel was verwijderd omdat er zogenaamd klachten waren binnen gekomen die eerst moesten worden onderzocht.
24 uur lang wordt ik derhalve geblokkeerd, omdat enkele idioten zich óf storen aan de tekening/cartoon, óf aan mijn schrijven….
Terwijl ik dag in dag uit mij erger aan analfabeten/proleten die menen te kunnen schrijven wat ze willen, maar inderdaad, ze kunnen het ook, ze mogen het ook!
En ze worden niet gemodereerd!
Ik ben razend, geschokt, maar ook beledigd en verdrietig dat dit zó maar kan in Nederland, MIJN land waar ik niets meer te zeggen heb en word over-ruled door antilliaanse snotneusjes die menen de wijsheid in pacht te hebben alsmede linksdenkertjes die nooit doordenken verder dan hun achtertuintje.
Nu weet ik het echt: Nederland is kapot!
De vrijheid van meningsuiting is om zeep geholpen!
De Telegraaf, altijd bestempeld als “fout” (oorlog) en rechts (niet dus) zit ook in het s(L)inkse complot….
Ik kan wel janken…!!!

@Piet Klont. Afgelopen zomer schreef ik veel over de zaak McCann. Ik werkte op de achtergrond samen met een journalist van de Telegraaf. Die wees me op de Vrijmetselaars waar de McCanns lid van zijn. Een duistere club.

Ik plaatste een reactie op de site van de Telegraaf waarin ik wees op een mogelijke verband met de Vrijmetselaarsloge 32 in Portugal. Prompt kreeg ik een mail van de moderator dat ik in de ban was gedaan. Het is niet toegestaan je kritisch over de VM bij de Telegraaf uit te laten.

Nekschot staat nog op GeenStijl en in de Spits. De vraag is voor hoelang. Een deel van de site van Nekschot is nu offline. Kan te maken hebben met te veel traffic maar ook…..

@Ko van Dijk.

Ik begrijp wat je met je laatste zin bedoeld, helaas…
Ik wist dat het er met Nederland niet goed voor stond, maar nu begin ik werkelijk spoken te zien.
Of creëer ik die spoken soms zelf?

Nee, onmogelijk; Peter-Pan Balkellende, Serieuze Hirsch-(lucht)Ballon, Piet Fijn Dommer, False Hemkema, Louter Tos, Koene Bertus, Bosbesselink, Sam Dom, Kameel Eurolinks, Fuckelaar, noem ze maar…
Dat verzin je toch niet!

Piet, dank voor de extra inspiratie:
http://www.kovandijkvertelt.nl/?p=972

In een stuk van ‘d Aviano bij hetvrijevolk.

-”Freud zei terecht dat de beschaving ontstond toen iemand voor de eerste keer een belediging toewierp, in plaats van een steen.”-

Het oppakken van Gregorius is inderdaad een grote aanslag op onze vrijheid.

Piet Klont.
Klopt als een linkse zwerende vinger. Ik was zgn correspondent van het eerste uur. Ik meen het eerste beste artikel al wat ik er nooit door kreeg. Ook e-mailen bracht geen soelaas. Je kunt er maar beter meteen achter komen. Nederland is verrot.

@KovanDijk

Graag gedaan, je doet er in elk geval iets positiefs mee.
En daarbij heb ik me rot-gelachen!
Heb je eventueel nog een suggestie waar ik mijn tekening van Groot-Moefti Balkenende in Moslim-Dagen kan slijten?
Ik ben nog niet zo thuis in alle internet-opties, heb het al geprobeerd via Hyves, Youtube enz. maar het lukt (technisch?) niet echt.
Tóch wil ik het “hoogverraad” van Balkenende aan de dag leggen, al was het maar voor zijn eigen verwarde achterban!
Groeten, Piet.

@Erik Blessing

Gelijk heb je of je zult het krijgen!
Bedankt voor je reactie!
We laten de kop niet hangen!

Michiel, duidelijk en helder stuk, ik sta er 100% achter!

In het artikel denkt u o.a. na over een Bureau Tegen Rechtse Mensen. Natuurlijk kunnen we ons vandaag de dag afvragen wat nog ‘links’ of ‘rechts’ is. Bij sommige dingen kan ons standpunt plotseling heel ‘links’ zijn, en de volgende keer blijkt het plotseling ‘rechts’ te zijn. Begrippen die in de huidige post- 11/09 samenleving langzaam kunnen verdwijnen.
De tekeningen van Nekschot zijn prachtig, en staan in een traditie waar bijvoorbeeld de amerikaan Cobb (60er-70 er jaren) ook staat. Echte satire mag alles beschrijven, aanvallen, belachelijk maken. Het is bedenkelijk wanneer Nekschots werk voor een deel wordt verboden (door de ‘brain police’ – hé, waar komt dat begrip ook al weer vandaan?)
Eén van Nekschots beste en lapidairste tekeningen is, in aanklang aan de deense karikatuur, de bom, met de Magritsche woorden : ceci n’est pas un prophète. Een geniale karikatuur, die Nekschots diepgang en tegelijkertijd de oppervlakkigheid van de vervolgers van zulke tekeningen blootlegt.
Joseph Canaillo, Duitsland