Criminelen leggen DNA-dwaalsporen
Volgens advocaat Willem Anker is het oppassen met DNA-bewijsmateriaal. Criminelen zijn namelijk ook niet van gisteren. ‘Haren, sigarettenpeuken en sperma of bloed kun je overal vandaan halen en vervolgens op een plaats delict neerleggen. Van cliënten en collega’s hoor ik ook dat dat al gebeurt. Bovendien las ik dat verdachten die DNA-materiaal inleveren bij het Nederlands Forensisch Instituut vaak een valse identiteit opgeven. Het zal je maar overkomen dat iemand jouw identiteit opgeeft.’ Aldus de bekende strafpleiter in zijn wekelijkse rubriek in het radioprogramma Argos.
Directe aanleiding voor de uitspraken van Anker zijn de ontwikkelingen in de Puttense moordzaak, waar DNA-sporen (sperma) van verdachte Ronald P. op het lichaam van Christel Ambrosius zijn aangetroffen. Anker: ‘Veel kranten kopten meteen ‘De Puttense moordzaak is opgelost’, maar dat is veel te voorbarig.’ Een scenario zoals boven beschreven, waarbij criminelen DNA-dwaalsporen leggen, lijkt in dit geval overigens wel buitengewoon vergezocht. De Twee van Putten (of anderen) zouden dan bijvoorbeeld bij P. ooit in het geheim sperma hebben ‘afgetapt’ om dit na de moord en verkrachting op de buik van het slachtoffer te leggen. Absurd. En dat weet Anker ook wel. Zijn waarschuwing moet dan ook meer in algemene zin worden opgevat: wees voorzichtig met DNA-bewijs.

Ik herinner me een inbraak in een museum in Amsterdam, naar zeggen van een van de veroordeelden was er een pet(cap) achtergelaten met zijn dna er op. Plausibel, er waren aanwijzingen voor. Ik weet eigenlijk niet of dna als absoluut wordt gezien, er is makkelijk mee te manipuleren. In de Puttense moordzaak blijkt, nu pas, binnen een half jaar nog een tweede zedenslachtoffer in de omgeving te zijn gevallen. Dat geeft zeer te denken.