Believers en non-believers

De zaak-Dutroux en de X-dossiers leidden tot een schisma bij onze zuiderburen. Over de taalgrens heen. Tussen de believers en de non-believers. Zij die ervan overtuigd waren dat Regina Louf (X 1) de waarheid sprak, dat er een omvangrijk netwerk actief was van vaak hooggeplaatste pedofielen, en zij die dat stellig als onzin afdeden, meenden dat Marc Dutroux een lone rider was, een perverseling, sadist en moordenaar, dat wel, maar niet deel uitmakend van een groter verband. Formeel hebben de disbelievers gelijk gekregen: de processen hebben – als ik het goed heb – niet tot de conclusie van een netwerk geleid. Er waren wel wat hulpjes, zoals de ega van Dutroux, er was de dubieuze zakenman Nihoul, die veroordeeld werd voor drugssmokkel en bendevorming, maar verder… geen spoor van bewijs! ‘Ja wacht even!’, roepen de believers dan, ‘ ze hebben dat ook nooit goed onderzocht. De zaak is in de doofpot gestopt!’
Elk land heeft dergelijke zaken. In de VS heb je uiteraard JFK (I’m a patsy’), in mindere mate nine-eleven en ongetwijfeld nog een berg andere zaken; in Nederland zijn er de moord op Pim Fortuyn (de Joint Strike Fighter-theorie), de moord op Theo van Gogh en… de Deventer Moordzaak. Vergeleken met de andere zaken was de laatste vrij klein, maar de verdeling der natie was er niet minder om: was je voor Louwes dan geloofde je in een complot van politie en justitie; was je tegen Louwes (of voor de klusjesman) dan ergerde je je dood aan die believers.
Persoonlijk geloof ik niet in (het succes van) complotten (in mijn definitie: een vooropgezet plan langs vele schijven en personen waarbij de conspiratoren buiten beeld moeten blijven), daar zijn mensen te dom, te onhandig, te lui en loslippig voor. En heb je ook nog zoiets als toeval, lulligheid. Aan de andere kant ben ik er wel van overtuigd dat er gelegenheidscoalities worden gesmeed en er doofpotten bestaan: zaken die je bij voorkeur liever onder het karpet laat verdwijnen.
Kortom, ik heb niets met complotdenkers. Maar met hen die denken dat er nooit plannen worden gesmeed, die onvoorwaardelijk geloven in de rechtschapenheid van de boven-ons-gestelden, die niet kunnen accepteren dat er zaken achter de schermen worden bedisseld, met hen heb ik even weinig op. Mij is opgevallen dat deze non-believers net zo emotioneel kunnen reageren als de complotdenkers. Ik heb het aan den lijve ondervonden… (morgen meer)

Misschien kun je in dit verband ook noemen hoe minister Donner in 2003 als een hysterische furie de kamer kwam binnenrennen nadat grote commotie was ontstaan over Joris Demmink naar anneliding van publikaties in gaykrant, panorama en NOS Journaal. Hij brieste toen “Er is nog geen spoor van rook, laat staan dat er vuur is.” In mijn ogen verraden dergelijke ‘extreem stellige’ uitspraken grote onzekerheid en twijfel. Idem toen de PVV in 2007 kamervragen stelde over de SG. reeds binnen DRIE UUR had minitser Hirsch Ballin de antwoorden klaar: NIETS aan de hand. Hij zegde wel een ‘orienterend onderzoek’ toe door het OM dat nooit is uitgevoerd, net zomin als de beschuldigingen aan hoogwaardigheidbekleders vanuit de X-fiels nooit serieus zijn onderzocht. Hierdoor krijgen de ‘believers’ dus als het ware een ‘carte blanche’ aangereikt van de ‘non-believers’ die waarheidsvinding steds weer tegenhouden en/of frustreren.