De Club van Dollars – hoeveel kost een oplichter?
Afgelopen week zijn we doorgedrongen tot de Non Fictie Top 5 van de AKO. En zo stonden mede-auteur Koen Voskuil en ik ineens schouder aan schouder in het schap met Mart Smeets. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Aan het onderzoek voor De Club van Dollars – hoe de weduwe Endstra en andere BN’ers werden bedrogen (Nieuw Amsterdam, 14,95 euro, u kunt het hier bestellen) hebben Voskuil en ik, vaak tussen de bedrijven door of tijdens vakantieperiodes, ruim een jaar gewerkt. Wat we in dat jaar hebben meegemaakt met meesteroplichter ‘Jonathan’ Tobing, zijn advocaten, zijn familie, zijn ex-vriendjes, justitie, de media en de vele slachtoffers van zijn streken, onder wie Viola Holt, Willeke Alberti en Anita Schuts, is bijna een boek op zich. Voor een deel hebben we die ervaringen in De Club van Dollars verwerkt. Maar lang niet alles. Zo zijn we nog als getuige gehoord door de Amsterdamse rechtbank. Volgens een van de advocaten van Tobing – hij heeft er heel wat versleten – had de weduwe Endstra op een bepaald moment meineed gepleegd. Het ging over contacten met de media.
Koen Voskuil (bekend ook van het arrest-Voskuil) en ik beriepen ons op het journalistieke verschoningsrecht, hetgeen gelukkig door de Amsterdamse rechtbankvoorzitter werd gehonoreerd. Toch was het een aparte ervaring, alsof wij in het beklaagdenbankje zaten. Dat dit allemaal tijd (van ons) en geld (van de advocaten) kostte moge duidelijk zijn. Het is een interessant aspect aan de zaak-Tobing: de maatschappelijke kosten.
Zoals bekend werd nepadvocaat Tobing op 23 juni veroordeeld tot 3,5 jaar gevangenisstraf wegens oplichting, verduistering, witwassen en valsheid in geschrifte. De rechtbank achtte alle tien punten uit de dagvaarding wetttig en overtuigend bewezen. Bij elkaar had Tobing voor ruim 1 miljoen euro ‘klanten’ opgelicht. Volgens justitie waren er zo’n veertig slachtoffers. Eigenlijk iedereen die met hem in aanraking was gekomen, zou zijn bedonderd. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke celstraf gepast omdat men niet zag hoe de verdachte nog op een andere manier dan door list en bedrog aan zijn bestaan vorm zou kunnen geven.
Naar aanleiding van deze affaire heeft de Amsterdamse financieel-economische recherche de burgers gewaarschuwd voor nepadvocaten. We hebben het hier dus niet over een klein zaakje.
Tobing was al enkele keren eerder veroordeeld wegens oplichting. Let wel, dat waren de zaken waarvan aangifte is gedaan, de politie onderzoek heeft verricht en justitie de zaak ‘rond’ heeft gekregen en voor de rechter heeft gebracht. Vaak zijn slachtoffers van oplichting vanwege schaamte niet geneigd om naar de politie te stappen. Dat geldt des te meer voor bekende mensen.
Al die jaren heeft deze rasoplichter het Nederlandse rechtsbestel (maar ook in België heeft hij huisgehouden) aardig beziggehouden. Alleen al in de huidige strafzaak heeft Tobing van de diensten van vier advocatenkantoren gebruik gemaakt. Drie in de strafzaak, een in de civiele zaak. Want Tobing is met Anita Schuts verwikkeld in een slepende civiele procedure. De strafrechter heeft Tobing al veroordeeld tot het betalen van zeven ton aan de weduwe Endstra. Vermoedelijk zit de oplichter echter op zwart zaad.
Wie betaalt de strafzaken? Welnu, dat betaalt u, belastingbetaler. Wanneer advocaten zeggen dat zij ‘pro deo’ voor een klant werken, moet u dat niet zo opvatten als dat zij dit gratis doen. Een strafadvocaat krijgt, zo is mij door amices uitgelegd, omgerekend ongeveer 100 euro per uur door de staat betaald voor een ‘toevoeginkje’. Vrijwel alle advocatenkantoren die zich specialiseren in strafrecht draaien op deze toevoegingen. Hoe groter de zaak, hoe meer uren kunnen worden gedeclareerd.
Uiteraard zijn er niet alleen de kosten van de advocaat, maar ook de kosten van de recherche, het Openbaar Ministerie, de (meervoudige kamer van de) rechtbank, de penitentiaire inrichting, de reclassering, etcetera. Het onderzoek tegen Tobing begon in december 2007 en heeft dus anderhalf jaar in beslag genomen. Tel uit je winst, of beter: je verlies.
Voor het rechercheronderzoek moest bijvoorbeeld de medewerking worden gevraagd van banken en creditcardmaatschappijen. Uiteraard moeten die daar ook weer employees voor vrijmaken en tijd voor inruimen. Tijd is geld.
In deze anderhalf jaar wist Tobing ook nog eens met enige regelmaat zijn advocaten af te sturen op de media omdat zijn privacy zou zijn geschonden of er onwaarheden zouden zijn geschreven. Of om ze maar vast vantevoren te waarschuwen dat elke verdere aandacht ‘aan cliënt’ onrechtmatig is. Tja, je moet maar lef hebben… Dergelijke aanmaningen kosten weer tijd, geld en energie van de betrokken journalisten, van hun uitgevers, van de juridische afdelingen van die uitgevers en van eventuele (media-)advocaten die moeten worden ingehuurd en die bepaald niet voor een appel en een ei werken.
En zo weet één crimineel de samenleving op enorme kosten te jagen.
Elke verdachte heeft recht op de bijstand van een advocaat. Dat is op zich een hele goede zaak. Maar soms vraag je je wel eens af of er ook zoiets bestaat als misbruik van dat recht.

Mooi verteld Stan.
Om met je slotvraag te beginnen: is het niet zo dat de verdachte alleen een toevoeging krijgt als hij echt op zwart zaad zit? En dat naarmate er (meer) inkomen en/of vermogen is, hij zelf moet gaan (bij)betalen? Of geldt dat alleen in civiele zaken?
Verder vroeg ik me af of jullie onderzoek t.b.v. het boek ook nog heeft bijgedragen aan bewijs dat kon worden gebruikt voor de veroordeling?