De VS speuren naar planeten als de aarde
Als er in de wetenschap op dit moment een onderzoek is dat tot de verbeelding spreekt, dan is het wel de zoektocht naar buitenaardse intelligentie, ofwel the Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI). En dan hebben we het natuurlijk niet over agressief ogende, kleine groene marsmannetjes met hippe laserguns. Of over vreemde schepsels met lange kromme ledematen en een paar grote kijkers in een kingsize hoofd. U weet wel, van die buitenaardse wezens, die tergend langzaam over helverlichte trappen uit UFO’s te voorschijn komen. Dat soort bizarre fantasieën laten we maar beter over aan regisseurs uit Hollywood. Hier gaat het over the real thing. In de Verenigde Staten proberen geleerden van het SETI Instituut en NASA de aard en oorsprong van het leven in het heelal te begrijpen en te verklaren. Dit kan niet anders worden beschouwd dan als één van de meest fundamentele wetenschappelijke onderzoeken uit de geschiedenis. Het appelleert immers rechtstreeks aan onze existentie. Men zoekt naar het wetenschappelijk onderbouwde antwoord op vragen als: Wat is onze plaats onder de sterren? Wat doen we op aarde? Waar komen we vandaan?
Probeert u zich eens voor te stellen wat het zou betekenen als we werkelijk met een beschaving op een andere planeet in contact zouden komen. Wat voor een impact zou dat wel niet hebben? Wat zou de weerslag daarvan zijn op ons zelfbeeld? Het is de laatste grote openbaring, die de mensheid is vergund.
Op 6 maart jongstleden werd de Kepler satelliet gelanceerd door NASA. De missie slogan van deze satelliet, ‘A search for habitable planets‘, sluit naadloos aan bij de SETI-gedachte. Het is de eerste satelliet van NASA die in staat wordt geacht om planeten te traceren ter grootte van de aarde, die rond andere sterren dan onze zon draaien. Dergelijke planeten worden ook wel exoplaneten genoemd. Er zijn de afgelopen jaren al een paar honderd van zulke planeten ontdekt. Maar geen enkele daarvan lijkt op de aarde. Het zijn reusachtige gasbollen (vergelijkbaar met Jupiter, maar vaak groter), gigantische ijsballen (vergelijkbaar met Uranus, maar vaak groter) en hete, snel om hun moederster wentelende planeten (meestal slechts een paar keer zo groot als de aarde). Al deze planeten hebben één ding gemeen. Op hun oppervlak is geen leven mogelijk dat lijkt op het organische leven zoals wij het hier op aarde kennen.
De uitdaging van Kepler is om in ons Melkwegstelsel zoveel mogelijk planeten te vinden, die op de aarde lijken. Planeten met een omvang tussen de helft en twee keer die van de aarde, die in een baan op een levensvatbare afstand om hun moederster cirkelen. Dit betekent dat de temperaturen op zo’n planeet dusdanig zijn, dat er vloeibaar water kan voorkomen en er dus eventueel leven zou kunnen bestaan. (FILMPJE en laatste nieuws.)
Het is vrijwel uitgesloten dat de aarde de enige planeet in het heelal is die levende wezens herbergt. De kosmos is namelijk zo ontzaglijk groot, dat wij er ons nauwelijks een voorstelling van kunnen maken. Er zijn ontelbaar veel sterrenstelsels, die elk afzonderlijk talloze sterren bevatten. Zelfs als slechts een minuscule fractie van deze sterren zou worden begeleid door een aardachtige planeet, dan zouden er nog altijd miljoenen van dergelijke klonen van de aarde bestaan. En indien de aarde de enige levensdragende planeet in het universum zou zijn, waartoe dient dan in hemelsnaam de rest van deze schier oneindige ruimte? Ofwel, zoals actrice Jodie Foster het in haar rol van astronoom in de film Contact (1997) zo treffend verwoordde: “I’ll tell you one thing about the universe, though. The universe is a pretty big place. It’s bigger than anything anyone has ever dreamed of before. So if it’s just us… seems like an awful waste of space. Right?”
De Amerikaanse sterrenkundige Frank Drake drukte dit in 1961 al uit in een wiskundige formule, toegepast op onze Melkweg.
Swallow this: N = R* x Fp x Ne x Fl x Fi x Fc x L.
Hiermee kan worden berekend hoeveel buitenaardse beschavingen er bestaan, die in staat moeten worden geacht om met de mens te communiceren. Of beter gezegd: dit kan met deze formule worden ingeschat, want niemand kent de precieze waarde van de gebruikte parameters. En omdat ik een naam als nerd hoog te houden heb op dit weblog, volgt hier voor de andere geïnteresseerde nitwits de betekenis van alle parameters uit de vergelijking van Drake (de overige lezers adviseer ik dit stukje tekst te skippen en verder te lezen vanaf de daaropvolgende alinea):
• N = het aantal beschavingen in ons melkwegstelsel waarmee communi-catie mogelijk is;
• R* = de gemiddelde snelheid waarmee sterren worden gevormd;
• Fp = het gedeelte van die sterren met planeten;
• Ne = het gemiddelde aantal planeten met de potentie van aardse levens-vormen;
• Fl = het deel van die planeten, waarop zich feitelijk leven ontwikkelt;
• Fi = het deel van die planeten, waarop zich feitelijk intelligente bescha-vingen ontwikkelen;
• Fc = het deel van die beschavingen, dat technologie ontwikkelt waarmee communicatiesignalen de ruimte in kunnen worden gestuurd;
• L = Het aantal jaren dat deze beschavingen dergelijke signalen de ruimte in blijven sturen.
Om zelf een beetje te stoeien met de variabelen van deze vergelijking en de impact daarvan te bepalen, kunt u gebruik maken van de interactieve Drake equation simulator.
Met de lancering van NASA’s Kepler satelliet wordt opnieuw een belangrijke stap gezet in de speurtocht naar intelligent buitenaards leven. Met dank aan de Amerikanen!
En dan nu de eerste plaatjes.
Percolator, voor al uw sterke koffie

Als je een soevereine heerschappij nastreeft zou het een hard gelag zijn als de V.S. dat eindelijk weet te bewerkstelligen en ineens vreemde mogendheden from outerspace te maken krijgt.
Ach, als Europa binnenkort tot een van de vele staten verwordt die Amerika rijk is is een volgend target zeer gewenst.Per slot van rekening moet je altijd iets te wensen over houden.