Theo van Gogh


theo_van_gogh1.jpg

Met dank aan Fotopersburo Dijkstra Uithoorn, http://www.fotodijkstra.nl/index.html

Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh in de Amsterdamse Linneausstraat als een beest geslacht door de Marokkaanse moslimfundamentalist Mohammed Bouyeri. Een moord die Nederland en de wereld schokte. Op dat moment woonde ik in Sevilla om een roman te schrijven over een tweede politieke moord in Nederland, na Fortuyn , door… een Marokkaanse moslimfundamentalist. Het thema van mijn boek was daarmee een cliche geworden, en het werk bleef unvollendet.

Bij terugkomst in Nederland – juni 2005 – werd ik toevallig gevraagd door Gijs van de Westelaken, directeur van Column Producties (het productiebedrijf van Theo van Gogh) een documentaire over de moord te maken, samen met Katja Schuurman. Een hele eer. En een hele klus. Ik mocht een bescheiden redactie samenstellen – de onvolprezen Henk Willem Smits en Sanne Groot Koerkamp – en een aantal maanden onderzoek doen. Ik schreef het script voor ‘Prettig weekend ondanks alles’, en op 2 november 2005, exact een jaar na de moord, werd de documentaire uitgezonden door BNN.

Onze belangrijkste boodschap: de moord had voorkomen kunnen worden. Ten eerste omdat er voldoende signalen waren geweest dat Theo beveiliging nodig had. Ten tweede omdat de moordenaar uit en te na bekend was bij de inlichtingen- en veiligheidsdienst AIVD, de nationale recherche en de Amsterdamse politie.

Katja Schuurman in Prettig weekend, ondanks alles

katja.jpg

Nog voordat de film werd uitgezonden scoorden we in de publiciteit met ons nieuws dat de AIVD vrijwel alle Hofstadgroepleden had benaderd voor de dienst te komen werken. De inlichtingen- en veiligheidsdienst bleek diep te zijn geinfiltreerd in het Hofstadnetwerk. Dit schreef het Parool:

AMSTERDAM – Vrijwel alle leden van de Hofstadgroep zijn door de AIVD gevraagd om voor deze veiligheidsdienst te werken. Dit zegt de ex-advocaat van Hofstadgroep-verdachte Zakaria T., Jan Vlug, in de documentaire Prettig weekend ondanks alles, vanavond bij BNN.

Zowel T. als Jason W. zou na een reis naar Pakistan door de AIVD zijn benaderd. Volgens Vlug hebben beiden het aanbod geweigerd. In de documentaire wordt de vraag opgeworpen of ook Mohammed B. , de moordenaar van Theo van Gogh, voor de AIVD heeft gewerkt. Volgens Vlug zou het ‘veel verklaren’ als B. informant is geweest. ”Ze lagen bij iedereen in de struiken behalve bij Mohammed B.”

De AIVD heeft laten weten dat vragen over een mogelijke informantenrol van de moordenaar van Van Gogh onder de geheimhoudingsplicht vallen. Vlug: ”Als ik directeur van de AIVD was, zou ik zeggen: ‘Mohammed B. een informant? Ben je helemaal gek!’ Tenminste, als het niet waar was. Als het wel waar was, zou ik mij ook op geheimhoudingsplicht beroepen.”

De documentaire is door Katja Schuurman en enkele onderzoeks- journalisten gemaakt voor Column Producties, het bedrijf van Van Gogh en Gijs van de Westelaken. ”Wat oorspronkelijk was bedoeld als een persoonlijk document van Katja over Theo, is uiteindelijk een keiharde documentaire geworden,” aldus Van de Westelaken.

Robert Maanicus, advocaat van Jason W., zegt niet te weten of W. is benaderd. Wel zat het huis van zijn cliënt aan de Antheunisstraat vol afluisterapparatuur en was het volgens de makers van de documentaire een ‘AIVD-huis’, een huis dat de dienst via via aan verdachten verhuurt zonder dat zij het weten.

Voor het onderzoek naar de moord op Van Gogh wilde justitie de tapverslagen van de afgeluisterde gesprekken uit de Antheunisstraat hebben. De AIVD wilde alleen de banden vanaf 3 november ter beschikking stellen. Eerst beweerde de dienst dat de rest was gewist, later heette het dat ze niet konden worden afgestaan omdat het risico te groot was dat de bronnen bekend zouden worden. De makers stellen: ‘Die bron moest dus vóór 3 november worden beschermd – daarna was dat kennelijk niet meer nodig. Daarmee kon het alleen gaan om Mohammed B.’

Parool

Theo van Gogh, vermoord in de Linneausstraat, Amsterdam

mvermoord.jpgDe documentaire was in elk geval qua kijkersaantallen een groot succes. De reacties waren ook niet ongunstig. TV-recensent Hans Beerekamp noemde het van de vijf documentaires over Van Gogh die in die weken werden uitgezonden ‘de beste’ (nrc tvrecensie). De documentaire leidde nog tot Kamervragen van de SP’er Jan de Wit.

Maar er was een berg materiaal blijven liggen. Zo hadden we als eerste en enige medium de Syrische smokkelaar die de leider van de hofstadgroep Redouan al Issar op de dag van de moord uit Nederland smokkelde, op camera weten vast te leggen. Helaas sneuvelde het in de eindmontage. Eenzelfde lot was ook het interview met een oud-CIA’er beschoren. En informatie over de AIVD, de tapes in de Antheunissstraat (waar Jason W. en Ismael A. woonden) en de curieuze inval in het huis naast Mohammed Bouyeri… het kon allemaal niet uitputtend behandeld worden in de documentaire van krap een uur.

Enkele weken na de documentaire vroeg Gijs van de Westelaken mij om een boek te schrijven dat het hele onderzoeksdossier zou bevatten. Hij had al een uitgever gevonden: uitgeverijXtra, waar Theo van Gogh onder meer zijn bundel columns ‘Allah weet het beter’ had uitgegeven. Ik stond net op het punt met vakantie te gaan. Naar Sevilla. En zo was de cirkel rond. Het grootste deel van het boek schreef ik in mijn geliefde stad in het zuiden van Spanje.

Het boek (inclusief dvd van de docu) is nog volop verkrijgbaar. Bestellen kan bijvoorbeeld hier: BOL BOOK Of freerecordshop

Goed. Wat waren de belangrijkste bevindingen uit mijn boek, uit ons onderzoek?

  1. Er waren talloze signalen dat Theo van Gogh ernstig werd bedreigd. Tenminste twee maal waren deze bedreigingen dermate concreet en traceerbaar dat tenminste overwogen had moeten worden een vorm van persoonsbeveiliging in te stellen. Dat dit is nagelaten, valt de autoriteiten aan te rekenen.
  2. De lokale overheid is niet voldoende geequipeerd om bedreigde burgers te beschermen. De ervaringen bij Column (”Prettig weekend, ondanks alles”) spreken boekdelen, maar ook de knullige gang van zaken rond de vertoning van Submission (”We zijn ‘m kwijt”) wekt niet bepaald vertrouwen in de capaciteiten van de plaatselijke hermandad.
  3. -Mohammed B. was een sleutelfiguur binnen het Hofstadnetwerk. Het bewijs daarvoor is overdonderend. De beweringen van de ministers Remkes en Donner dat B. ‘geen belangrijke speler’ was, geen ‘sleutelfiguur, zich slechts ‘in de omgeving’ van het netwerk bevond, vallen niet te rijmen met de feiten die ook destijds reeds bekend waren en staan bovendien haaks op de conclusie van het Openbaar Ministerie. Dat is zacht gezegd merkwaardig.
  4. Omdat het zo overduidelijk is dat B. een hoofdrol vervulde, kan dit de AIVD niet zijn ontgaan. De AIVD is minder onbekwaam dan wel wordt verondersteld. In elk geval zat de inlichtingen- en veiligheidsdienst bovenop de Hofstadgroep. Na de moord werd binnen no time vrijwel het gehele netwerk opgerold. Mohammed B. zelf werd al heel lang in de gaten gehouden door de dienst. De AIVD en – in commissie – Donner en Remkes zijn dan ook niet erg geloofwaardig als zij stellen dat er geen aanwijzingen waren dat hij risicovol was. Nog afgezien van diens strafblad. Ook de ogenschijnlijke knieval van plaatsvervangend AIVD-directeur Theo Bot – hij sprak van een ‘inschattingsfout’ – overtuigt in dat opzicht niet.
  5. Ook bij de Amsterdamse ‘driehoek’ moet welhaast meer informatie over de dader – en in zijn algemeenheid over terrorisme-verdachten in de hoofdstad – beschikbaar zijn geweest dan men tot nu toe heeft willen doen voorkomen. De Amsterdamse burgemeester Job Cohen heeft, tot ergernis van Den Haag, zich er steeds over beklaagd dat hij overal onwetend van werd gehouden. Even repte hij zelfs van een onderzoek na de moord. Na enkele dagen koortsachtig overleg tussen ‘Amsterdam’ en ‘Den Haag’ werd de zaak kennelijk gesust. Maar alleen al het feit dat Mohammed B. nog geen drie weken voor de moord – het ‘tramincident’ – werd overhandigd aan de Regionale Inlichtingen Dienst (RID) toont aan dat B. in elk geval bij de politie bekend stond als mogelijke terrorist.
  6. Tijdens de persconferentie op de dag van de moord zijn door ‘de driehoek’ mededelingen gedaan die achteraf gezien onzinnig en onjuist waren. Nee, de verdachte was niet bekend bij de RID Amsterdam-Amstelland, en nee, hij stond, afgezien van ‘een betrekkelijk gering incident’ niet in de lokale politie- en justitie-registers. Dat het doen van deze beweringen dan ook nog eens tegenover ons glashard werd ontkend door de hoofdofficier van Justitie, roept vraagtekens op. En dan is er nog de merkwaardige gang van zaken rond de invallen in de woning in de Marianne Philipsstraat.
  7. Wanneer de AIVD op de hoogte was van het feit dat B. een sleutelfiguur was, moet er een andere reden zijn geweest dat hij, in tegenstelling tot andere Hofstadgroepleden, nooit is opgepakt. Inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn niet gericht op het aanhouden van onderzoekssubjecten. Dat is eenvoudigweg niet in hun belang. Zij moeten informatie vergaren. Liefst zo lang mogelijk. Daarbij wordt gebruik gemaakt van informanten en infiltranten. Deze werkwijze is overal ter wereld, ook in Nederland, usance, zo weten we. Maar de modus operandi brengt risico’s met zich mee – en ook dat is in het verleden aangetoond. Het is dan ook plausibel dat B. bewust ‘in het veld is gehouden’, juist omdát hij de spil in de groep was. Hem oppakken zou het zicht op de rest van het Hofstadnetwerk ontnemen: Mohammed B. als lokaas.
  8. Uit ons onderzoek is voorts gebleken dat niet alleen rondom de Hofstadgroep driftig werd geronseld, maar ook binnen de groep zelf. Vrijwel alle leden zijn door de AIVD gevraagd voor de geheime deinst te werken. Twee advocaten hebben dit tegenover ons bevestigd. Ook uit andere bronnen (noot) blijkt hoe diep de AIVD in de groep was geinfiltreerd. Dat een auto en een huis is aangeboden aan een lid van de Hofstadgroep, geeft aan hoeveel belang de dienst in inside information stelde. De vraag is dan ook gerechtvaardigd: is Mohammed B. ooit door de AIVD benaderd? Er zijn twee mogelijkheden: Mohammed Bouyeri werd, net als de anderen, gevraagd voor de geheime dienst te werken, of Bouyeri was de enige die daartoe niet werd benaderd. Dat laatste kan dan slechts worden verklaard uit het gegeven dat de AIVD er alles aan gelegen was informatie over hem in te winnen. Hij was hun main target, de spin in het web. Waarmee de bewering dat Bouyeri geen sleutelfiguur was een leugen is. Het is van tweeen een. ‘
  9. Zou, tenslottte, Mohammed B., voor de gunsten van de AIVD zijn gezwicht? We kunnen er slechts naar gissen, maar volgens de inmiddels voormalige advocaat van Zakaria T. zou dit ‘veel verklaren’. In elk geval waarom hem telkens zo opzichtig de hand boven het hoofd werd gehouden. Zeker is dat Bouyeri, zo vertelde een exBVD’er ons, voordat hij radicaliseerde ‘een ideale informant’ zou zijn geweest. Daarnaast zijn bepaalde uitingen van de moordenaar tegenover de autoriteiten (”Jullie spelen een spel.”) opvallend. En waarom werd er in het huis van B. in 2003 een inval gedaan, waarbij volgens een getuige werd geruzied en gevochten, terwijl B. daarop niet werd aangehouden?

Op 20 december werd het boek Prettig weekend, ondanks alles in het Haagse perscentrum Nieuwspoort door mij aangeboden aan Ayaan Hirsi Ali. Ook de ouders van Theo waren aanwezig. Ayaan sprak de belofte uit te zullen blijven strijden voor een parlementair onderzoek. Uit De Telegraaf:

Hirsi Ali strijdt voor enquête moord Van Gogh

ayaan-hirsi-ali1.jpgTweede Kamerlid Hirsi Ali (VVD) blijft zich hard maken voor een parlementaire enquête naar de gang van zaken omtrent de moord op Theo van Gogh. “Er zijn zoveel vragen en stellingen nog steeds niet beantwoord door het kabinet en door de bestuurders van Amsterdam”. Zo’n enquête kan pas na het nu gaande proces tegen de leden van de Hofstadgroep. Het liberale Kamerlid zei dat gisteren bij de presentatie van een nieuw boek over de moord ‘Prettig weekend, ondanks alles’ van journalist Stan de Jong. Zijn stelling is dat de moord voorkomen had kunnen worden. Het boek is een uitwerking van de documentaire van Katja Schuurman, die eerder op televisie werd uitgezonden. (De Telegraaf)

Ayaan

En toen bleef het stil. De beloofde evaluatie door het kabinet naar de omstandigheden rond de moord kwam er niet. Excuus: de zaak lag nog ‘onder de rechter’. Daarmee werd eerst de zaak tegen Mohammed Bouyeri bedoeld, later het proces tegen de Hofstadgroep en toen zelfs dat was afgerond, gooide men het op het hoger beroep dat enkele Hofstadgroepleden hadden aangespannen.

Tja…

Johan Remkes, minister van Binnenlandse Zaken

remkes.jpgBijna twee jaar na de moord op 17 oktober 2006 kon ik in Nieuwe Revu melden dat de PvdA nu echt snel een onderzoek eiste. Het bericht werd door RTL rtl pvdavangogh opgepikt. Toch had niemand verwacht dat de motie van PvdA’er Bert Koenders zou worden aangenomen. De regeringspartijen CDA en VVD lagen dwars en het altijd zo voor openheid strijdende D66 wilde om ondoorgrondelijke redenen ook wachten tot alle juridische zaken waren afgewikkeld. Aan oudfractievoorzitter van de VVD, Jozias van Aartsen, is het te danken dat de VVD omging en de motie onverwacht alsnog werd aangenomen. revu toch onderzoek van gogh.

In een artikel in Revu (november 2006) recupereerde ik nog eens wat er allemaal mis was gegaan bij de nationale en lokale diensten, waarbij ik me vooral concentreerde op de rol van de Amsterdamse ‘driehoek’: officier van justitie Leo de Wit, hoofdcommissaris van politie Bernard Welten en burgemeester Job Cohen. Men moet wel haast meer van Mohammed Bouyeri hebben geweten dan men voordeed, concludeerde ik.

Het verhaal uit de Revu kunt u hier lezen: Van Gogh

lineusstraat1.jpg

Categorieën