Emma – een feuilleton (1)
Gods wegen zijn duister en zelden aangenaam. Op 13 maart schreef ik het laatste stukje op dit weblog. Het eindigde zo: “Adios pocos amigos!” Ik had besloten terug te keren naar Nederland. Ditmaal definitief. De problemen met mijn huurder in Buitenveldert waren mij boven het hoofd gegroeid en de eenzaamheid knaagde gaten aan mijn ziel. Het project Sevilla was daarmee voortijdig ten einde gekomen. Jammer. Maar op zich geen ramp.
Inmiddels schrijven wij woensdag 18 mei. Ik zit in een vrijwel kale kamer op een klapstoeltje te schrijven. De ventilator van het merk Taurus blaast vlagen koude lucht over het toetsenbord die mijn keel droog maken. Buiten is het 27 graden. Ik drink een glaasje kraanwater – de fles cava is op – dat naar chloor smaakt. Dat went. Minder went het bed dat doorzakt. Vanuit mijn schamele onderkomen heb ik uitzicht op de toren van de kerk op plaza San Lorenzo. Mijn appartement bevindt zich in de straat Teodosius. Die straat ligt vlakbijk de Alameda de Hercules. In Sevilla.
Wat doe ik in vredesnaam weer in Andalusië? En waarom is ruim twee maanden geleden een peilloos diepe radiostilte ingetreden waardoor de trouwe lezers verstoken bleven van nieuws over het tragische leven van de Don Quijote der vaderlandse scribenten? Welnu, dit alles komt door mijn ex-vriendin. Laten we haar Emma noemen.
Emma is 36 jaar en het mooiste meisje van Amsterdam. Met 36 jaar kun je iemand eigenlijk geen meisje meer noemen, maar Emma gedraagt zich soms als een meisje. Dit vinden de mensen vertederend. Ik ook.
Ik zag Emma voor het eerst in augustus 2001. In een zeker journalistencafé in Amsterdam genaamd De Pels. Het was een uur of elf. Ik had overuren gedraaid op de redactie van HP/De Tijd, omdat ik werkte aan een profiel over Tara Singh Varma. Ik was op het spoor van een (kleine) fraude, die niet eerder aan het licht was gekomen, en die aantoonde dat de politica al in de jaren zeventig en tachtig bekend stond om haar leugenachtigheid. Ook had ik een netwerk van bronnen aangeboord binnen GroenLinks (eigenlijk de voormalige CPN) die vertelden dat vanwege politiek-correctheid niemand Singh Varma ooit op haar gedrag had aangesproken. Tara was vrouw, zwart en links – nou, dan wist je het wel.
Een kolfje naar mijn hand. In die dagen draaide ik voor een karaktermoord meer of minder mijn hand niet om, moet u weten. Maar onderzoeksjournalistiek maakte wel verdraaid dorstig. En dus stond ik daar met een vriend in te nemen in De Pels. Het was een vrijdagavond. De vriend maakte mij attent op de aanwezigheid van een journaliste die voor een concurrerend magazine ook bezig was met het fenomeen Tara. De journaliste stond helemaal aan de andere kant van de kroeg, die volgestroomd was met drinkebroeders en gelukszoekers, maar was goed te horen, want Emma heeft een diepe schorre sexy stem. En ze had een glaasje op. Zoals wij allemaal.
Ik wierp een blik op het bekoorlijke meisje, schoof wat op in haar richting en waagde het een gesprek te beginnen. We hadden immers iets gemeen, Emma en ik. Emma bleek Tara al een hele tijd te volgen, had diverse gesprekken met haar gevoerd en vond haar “een sterke vrouw”, of woorden van die strekking. Ik zei dat ik het een oplichtster vond. Ons meningsverschil mocht de pret niet drukken. De avond eindigde een brug verderop in het overigens treurniswekkende nachtcafé De Doffer. Emma, een vriendin, mijn vriend en ik.
Om half vier liepen we met zijn drieën (de vriendin was afgehaakt) terug naar De Pels om de fietsen op te halen. Het laatste dat ik van Emma zag was dat ze aan de deur van De Pels rammelde en riep of er nog iemand binnen was. Dat was niet het geval. Emma was haar tas verloren, inclusief mobieltje en sleutels. Nee, we hoefden haar niet te helpen, zei ze stoer. Dit gebeurde haar wel vaker. Mannen vinden zoiets schattig. Ik ook.
