Pechtold én Wilders kletsen uit hun nek
Je hoort het vaker: Wilders en Pechtold hebben elkaar nodig. De twee kemphanen bestrijden elkaar te vuur en te zwaard en dat legt ze geen windeieren in de peilingen. Ondertussen wordt het niveau van de discussie er niet beter op, met vandaag als dieptepunt. Pechtold trapte af met een interview in De Volkskrant, waarin de D66-leider nog maar eens herhaalde dat Wilders een extreem-rechtse racist is. Pechtold voelt zich in de rug gesteund door een of ander flutonderzoek, waaruit blijkt dat de PVV de sociale cohesie en de democratie zou ondermijnen. De PVV-vertegenwoordigers worden net zo democratisch gekozen als ieder andere politicus en de sociale cohesie wordt eerder ondermijnd door al dan niet Marokkaans en Antilliaans tuig dan door Wilders.
De reactie van Wilders op al deze ongein is al niet veel beter. Hij noemde Pechtold en Eberhard van der Laan, die een grote PVV ook een gevaar voor de samenleving noemde, ‘politieke handlangers van Mohammed B’. Een overdreven opmerking, die op de sterfdag van Theo van Gogh ook nog eens onsmakelijk overkomt.
Net zoals Wilders zich mag opwinden over Marokkaans tuig, linkse hobby’s en knettergekke ministers, zo mogen Pechtold en Van der Laan de PVV extreem-rechts en racistisch noemen. Het zegt meer over deze politici dan over de PVV, dus Wilders zou zich er niet zo druk over moeten maken. En zich al helemaal niet tot hetzelfde niveau moeten verlagen. Dat Wilders beveiliging nodig heeft is de schuld van de ideologie die hij bestrijdt, niet van twee politici die zich geen raad weten met de opmars van de PVV.

Oog om oog tand om tand zou je zo zeggen. In die fase is GW nu beland na maanden lange hetzes.
Ik zie graag dat hij (GW) zijn tanden laat zien en gromt!
Net met afgrijzen die Danen en Spelonk gezien.